
Van Gent Finaleweken: Amersfoortse parazwemmer Rogier Dorsman houdt perfecte score op EK
24 april 2024 om 10:36 ZwemmenAMERSFOORT Drie gezwommen, drie gewonnen. Dat is tot nu toe de samenvatting van de Open Europese kampioenschappen voor parazwemmer Rogier Dorsman uit Amersfoort. Na goud op de 50 meter vrije slag en 100 meter vlinderslag won hij op derde EK-dag de 100 meter schoolslag in de SB11-klasse.
Dorsman ging van begin tot eind aan de leiding op de 100 meter schoolslag. De blinde Amersfoorter reageerde het snelst op het startschot, keerde na 50 meter als eerste en tikte aan in een tijd die slechts 0.11 seconden boven zijn Europees record lag (1:10.42). Het zilver ging naar Oekraïner Danylo Chufarov, brons was voor Edgaras Matakas uit Litouwen.
De 24-jarige Nederlander was al regerend wereldkampioen en paralympisch kampioen op de schoolslag. Het wereldrecord (1:10.08) is nog in handen van de Chinees Bozun Yang.
UITLEG HANDICAPCLASSIFICATIE
In de parasport wordt elke sporter geclassificeerd voor hij of zij mee mag doen aan (inter)nationale wedstrijden. Doel hiervan is dat wedstrijden niet beslist worden op basis van handicap, maar op basis van trainingsarbeid, talent, etc. Classificatie gebeurt niet op basis van medische indicatie, maar op basis van de invloed die een bepaalde handicap heeft op de beoefening van de sport. Zo kan het dat verschillende soorten handicaps in dezelfde klasse thuishoren.
Zwemmen kent 14 verschillende handicapklassen. Elke klasse-aanduiding bestaat uit een letter en een cijfer: S (swimming, geldt voor vrije slag, vlinderslag en rugslag), SB (swimming breaststroke, voor schoolslag) of SM (swimming medley, voor wisselslag), gevolgd door een cijfer van 1 tot en met 14.
S/SB/SM1-10: voor zwemmers met een lichamelijke beperkinge. Hoe lager het cijfer, hoe zwaarder de sporter beperkt wordt bij het zwemmen door zijn of haar handicap. Ter vergelijking: in S1 zitten zwemmers die significant verminderde spierkracht en controle hebben in hun armen, benen en handen. In S10 zitten zwemmers met een minimale lichamelijke handicap, als het missen van (een deel van) een hand of verminderde bewegingsvrijheid in de heupen.S/SB/SM11-13: voor zwemmers met een visuele beperking. Hoe lager het cijfer, hoe minder het zicht. In klasse S11 moeten zwemmers een geblindeerde zwembril dragen. Bij de keerpunten en finish maken ze gebruik van een zogenaamde ‘tapper’: een assistent die met een stok op het hoofd of de rug tikt om aan te duiden dat er een keerpunt of finish aankomt.S/SB/SM14: voor zwemmers met een verstandelijke beperking die invloed heeft op hun lichamelijke sportbeoefening. NOOT VOOR DE REDACTIE. NIET VOOR PUBLICATIE

















