Moeder Margaretha met Clara en Henk in Middelharnis.
Moeder Margaretha met Clara en Henk in Middelharnis. Prive collectie

‘De zoektocht naar de oorlogsjeugd van moeder maakte mij een completer mens’

Historie

AMERSFOORT De zoektocht naar de oorlogsjeugd van haar Joodse moeder Clara Haagens heeft de Amersfoortse Jolanda van Rij naar eigen zeggen een completer mens gemaakt. Ze schreef haar bevindingen op in het boekwerkje getiteld ‘Mijn moeder het bonuskind’. Van Rij afficheert het als een helende biografie opgedragen aan haar moeder.

door Marcel Koch

Wie heeft haar moeder Clara Haagens-Roos vanuit Amsterdam naar Friesland gesmokkeld? Van Rij zoekt langdurig en secuur naar het antwoord op die vraag, maar zelfs een aanknopingspunt vindt ze niet. Maar dan krijgt ze mail van Reindert Postma uit Friesland. De docent Maatschappijleer houdt zich al enige jaren bezig met het opspeuren van Joodse onderduikkinderen in de Friese provincie en laat weten dat hij is gestuit op een lijst uit Israël waarop de naam Clara Haagens voorkomt. Verder verneemt Van Rij: het is verzetsstrijdster Esmée van Eeghen geweest die haar moeder naar het Friese dorp Blije heeft getransporteerd. ,,Ik voelde mij euforisch’’, zegt Van Rij thuis aan de eettafel. ,,Daarmee was het plaatje rond.’’

Toen mijn moeder op 21 september 1997 overleed, nam zij haar verleden mee in het graf

Ter introductie schrijft Van Rij (57) in haar vlot leesbare boekje: ,,Toen mijn moeder op 21 september 1997 overleed, nam zij haar verleden mee in het graf en daarmee ook antwoorden op al die vragen, die ik haar nog had willen stellen.’’

Wat is de meest prangende vraag die u haar had willen stellen?
Van Rij onmiddellijk: ,,Voelde zij zich gered en was zij haar ouders dankbaar dat zij is afgestaan aan de mensen van het verzet? Of voelde zij zich door haar ouders in de steek gelaten?’’ Een ogenblik daarna schiet haar nog een brandende vraag te binnen. ,,Ik had van mijn moeder graag willen weten wat de reden is geweest dat ze na de oorlog nooit meer contact wilde met de familie Talsma in Holwerd, haar tweede onderduikgezin. Die mensen hadden haar toch ook een warm hart toegedragen. Na de oorlog had de familie zelfs aangeboden om haar blijvend op te nemen als ware het hun eigen kind. Ik weet dat ze elkaar nog één keer hebben ontmoet, maar daarna heeft mijn moeder het contact definitief verbroken.’’ Met de familie Robroch, het eerste onderduik gezin in Ferwert, blijft het contact daarentegen inning. Van Rij: ,,Bij hen werd ze, zo is mij door een van kleinkinderen verteld, liefdevol aangeduid als bonuskind. In hun ogen ben ik hun bonusnichtje.’’

VRIENDINNEN De zoektocht naar het verleden van haar moeder neemt acht jaar in beslag. Van Rij klopt onder meer aan bij het NIOD (Nederlands Instituut Oorlogsdocumentatie), stadsarchief Amsterdam, Westerbork, gemeente Middelharnis. Daarnaast spreekt ze met tal van personen, waaronder vroegere vriendinnen van haar moeder. Het levert Van Rij, vertelt ze, onvergetelijke gesprekken op. Veel steun ondervindt ze van de eerdergenoemde Postma uit Friesland. ,,Toen ik mijn zoektocht begon heb ik hier en daar was zaadjes gepland, waaronder bij Postma. Hij toonde direct interesse.’’

(Artikel gaat verder onder de afbeelding).


Clara Haagens en haar broertje Henk. Van Rij: ‘Zo onbevangen ze op de foto staat, zo kende ik mijn moeder helemaal niet.’ - Foto: Privécollectie

Maar eerst is er de vondst van een oude fotobriefkaart waarop haar moeder Clara als jong meisje schouder aan schouder met haar broertje Henk guitig is afgebeeld. Van Rij: ,,Zo onbevangen ze op de foto staat, zo kende ik mijn moeder helemaal niet.’’ In diezelfde periode - we schrijven begin 2012 - ziet Van Rij de bioscoopfilm Süskind over de Amsterdamse Jood Walter Süskind die Joodse kinderen uit de handen van de Duitse bezetter weet te houden door ze via een kindercrèche tegenover de Hollandse Schouwburg te laten ontsnappen en onderduiken. ,,Nog tijdens de film’’, vertelt Van Rij, ,,voelde ik een intens verlangen om haarfijn uit te zoeken hoe het mijn moeder was vergaan tijdens de oorlog. Was ook zij via deze slinkse methode uit het zicht van de nazi’s gebleven? Eens had ze mij verteld dat ze noodgedwongen vanuit Middelharnis, haar geboorteplaats, naar Amsterdam was verhuisd en vervolgens in Friesland was ondergedoken, maar daarmee hield haar karige uiteenzetting wel op.’’

ONDERDUIKEN Clara Haagens-Roos wordt geboren op 28 mei 1934 en groeit op in een Joods gezin in Middelharnis op Goeree-Overflakkee. Haar vader Henri bestiert met zijn broers een goedlopende manufacturenwinkel. Moeder Margaretha werkt in de zaak als coupeuse. Vier jaar na de geboorte van Clara ziet haar broertje Henk het levenslicht. In het leven van de ondernemersfamilie draait veel, zo niet alles om de zaak, hoewel vader Henri ook actief is bij de plaatselijke voetbalclub.

Als de oorlog in mei 1940 uitbreekt, blijft aanvankelijk de clientèle toestromen, maar een jaar later kleurt de wereld donker. De winkel wordt hen ontnomen en de familie Haagens wordt door de Duitsers gesommeerd om naar Amsterdam te verhuizen.

Ze moet zich na afloop van de oorlog enorm alleen hebben gevoeld. De bodem van haar bestaan was volledig weggeslagen

Vader Henri meldt zich kort daarna aan als lid van de Joodse Raad en neemt naderhand als hij een toenemend gevoel van onveiligheid voelt het besluit om de kinderen, Clara en Henk, onder te laten duiken. Van Rij schrijft hierover: ,,Hoe het contact met het verzet en de koeriers tot stand is gekomen en wie hierbij een rol hebben gespeeld blijft onduidelijk. Wel staat vast dat de kinderen niet via de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg richting Friesland zijn vertrokken.’’ Henri en Margaretha overleven de oorlog niet. Op 20 juli 1943 worden beiden op transport gezet naar Sobibor, waar ze kort na aankomst worden vergast.

Clara en Henk overleven de oorlog wel. Clara verblijft vanaf het voorjaar van 1943 tot het einde van de oorlog op twee onderduikadressen in respectievelijk Ferwert en Holwerd. Op het eerste adres, bij de familie Robroch, voelt ze geborgenheid. Van Rij noteert: ,,Uit alle door mij verkregen informatie blijkt dat mijn moeder het naar haar zin heeft gehad bij de familie Robroch. Aan tafel kletste ze honderduit en vergat dan vaak te eten.’’ En ook: ,,Vanwege haar status als hongerevacué en weinig Joodse uiterlijk kon zij gewoon naar het schooltje in Ferwert.’’

Op het tweede onderduikadres bij de familie Talsma - bij het eerste adres werd het te link - voelt Clara zich minder op haar gemak. ,,Ik denk omdat mijn moeder daar het besef heeft gekregen dat ze haar vader en moeder voor altijd zou moeten missen.’’

Van Rij maakt dat op uit het gesprek met Pietsie Talsma, de oudste dochter van het gezin. ,,Zij vertelde mij dat Clara alleen wilde slapen als zij, Pietsie, tijdens haar slaap haar hand zou vasthouden. Ze was, denk ik, nadrukkelijk op zoek naar verbinding. Logisch; tenslotte moest ze al haar ouders missen en haar broertje, die ook in Friesland was ondergedoken. Bovendien was ze ook nog eens weggehaald bij haar eerste onderduikadres waar ze zich zo op haar plek had gevoeld.’’

DODENHERDENKING Als jong meisje is Van Rij al geïnteresseerd in het verleden van haar moeder. Dikwijls kruipt ze nieuwsgierig naast haar in bed, op vaders plekje. ,,Maar als ik naar de oorlog vroeg, bleef het doorgaans stil. Soms nam ik daar geen genoegen mee en bleef ik aandringen, maar al snel werden haar ogen dan vochtig en had ik spijt dat ik had doorgevraagd. Ze worstelde zichtbaar met haar verleden.’’ Vooral de pijnlijke momenten tijdens de dodenherdenking staan Van Rij nog helder voor de geest. ,,Naarmate ik ouder werd, ging ik geregeld elders kijken. Ik kon het nauwelijks aanzien dat het mijn moeder zo emotioneerde. Met name de laatste jaren van haar leven, toen ze in een rolstoel zat - ze leed aan acute reuma - , zat ze wenend voor de televisie. Ik denk dat ze op dat moment de gebeurtenissen in haar hoofd fragmentarisch aan het terugspoelen was. Het verlies van haar ouders heeft ze heel haar leven als een zware last met zich meegedragen.’’

,,Mijn vader? Dat is altijd een stoere en een ietwat ingewikkelde Hollander uit Oud-Beijerland geweest, die liet en laat zich al helemaal niet in zijn ziel kijken. Hij leeft nog, is inmiddels 92 en woont nog zelfstandig. Dat ik de oorlogsperiode van mijn moeder wilde reconstrueren, vond mijn vader, die zelf geen joodse achtergrond had, maar niks. Heel behulpzaam is hij dan ook niet geweest. Zo trof ik bij toeval bij hem thuis op zolder vijf familiefotoalbums aan, had hij mij niks van verteld. Ook op mijn vragen gaf hij niet thuis, maar het kan natuurlijk ook zijn dat hij daadwerkelijk weinig wist. Of hij mijn boekje heeft gelezen? Toen ik ernaar vroeg, kwam hij met een onsamenhangend verhaal, het is me niet duidelijk geworden of hij het gelezen heeft.’’

De laatste zes, zeven jaar heb ik ontdekt dat ik onbewust de bagage van mijn getraumatiseerde moeder heb overgenomen

U duidt het boekje als een helende biografie?
Van Rij: ,,Omdat het mij veel inzichten heeft gegeven. De laatste zes, zeven jaar heb ik ontdekt dat ik onbewust de bagage van mijn getraumatiseerde moeder heb overgenomen. Ik schaar het onder de noemer genetisch overdraagbaar trauma en daar heb ik in mijn leven hinder van ondervonden. Met psychologische hulp heb ik daar handen en voeten aan kunnen gegeven.’’

Hoe was uw relatie met uw moeder?
,,Mijn moeder hield zielsveel van me, maar ze heeft het nooit in woorden of daden kunnen overbrengen. Nooit was er een omarming of een innige knuffel. Ik voelde geen connectie, hoewel ze er altijd voor me was. Toen ik zelf kinderen kreeg, vond ik het moederschap reuze ingewikkeld, ik bleek ook niet zo’n knuffelaar en heb het moederschap zelf moeten uitvinden.’’

Wat denkt u: voelde uw moeder zich gered en was zij haar ouders dankbaar dat zij afgestaan is aan de mensen van het verzet? Of voelde zij zich in de steek gelaten?
,,Ik vermoed het laatste. Ze moet zich na afloop van de oorlog enorm alleen hebben gevoeld. De bodem van haar bestaan was volledig weggeslagen. Ze moest zonder haar ouders verder, terwijl haar broertje Henk achterbleef in Friesland en daar een bestaan opbouwde.’’

Clara trouwt in 1956 met Eliza van Rij die een juwelierszaak heeft in Oud-Beijerland. Ze krijgen drie kinderen, waarvan Jolanda de jongste is. In 1997 overlijdt Clara op 63-jarige leeftijd. Van Rij: ,,Alle ellende is onderhuids gebleven. De oorlog is voor haar altijd rauw en onverwerkt gebleven.’’

Verzetsstrijdster Esmée van Eeghen wordt op 7 september 1944 doodgeschoten door leden van de Sicherheitsdienst.

Het boekje is te bestellen: mijnmoederhetbonuskind@gmail.com. Kosten: 15,00 euro (inclusief verzendkosten).

Jolanda van Rij beschrijft de jeugd van haar moeder in ‘Mijn moeder het bonuskind'.
advertentie
advertentie