‘Dit monument mag niet worden vergeten’

17 maart 2010 om 00:00 Nieuws

Het monument aan de Appelweg in Amersfoort valt niet echt op. De meeste mensen passeren de muur met de drie gedenkplaten zonder er bij stil te staan welk drama zich daar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld. Wie wel de tijd neemt, zal direct geraakt zijn door namen van de mannen die daar zijn doodgeschoten en de kogelgaten die er nog steeds te zien zijn.

EDE - Hij ging zaterdag speciaal vanuit Ede naar Amersfoort om bloemen neer te leggen bij het monument aan de Appelweg. Ben Verduijn wilde zo zijn diepe respect betuigen voor de tien gevangenen uit Kamp Amersfoort die daar 65 jaar geleden, op 20 maart 1945 door de Duitsers zijn geëxecuteerd. Maar de bloemlegging is ook een oproep aan de gemeenten Ede en Amersfoort om de geschiedenis die aan dit monument is verbonden niet te verzaken. ,,Deze mensen hebben er wel voor gezorgd dat Nederland werd bevrijd. Hun geschiedenis moet levend blijven.” door André van der Velde

De tien mannen die daar zijn geëxecuteerd waren verzetsstrijders uit Ede, die deel uit maakten van een grotere groep, die was betrokken bij een wapendropping op de ‘Keuenklep’ in Lunteren op 8 maart 1945. Zes andere leden van die groep zijn ook op 20 maart 1945 gefusilleerd, maar dan in Loosdrecht. ,,Mijn vader Cornelis Verduijn was een van hen”, vertelt zijn zoon Ben Verduijn, die op 29 september 1944 werd geboren. De Wageninger heeft zich de afgelopen tien jaar bezig gehouden met het opschrijven van de levensverhalen van een aantal van de Edese verzetsmensen die na de dropping werden opgepakt door de Duitsers, in Kamp Amersfoort terecht kwamen en vervolgens als represaille zijn doodgeschoten.

,,Ik wilde op een zeker moment meer weten over het verzetsverleden van mijn vader, maar in het Archief van Ede was nauwelijks iets over hem of de andere verzetslieden aanwezig. Ook in de Kroniek van Ede worden ze maar summier genoemd”, licht Verduijn de reden van zijn onderzoek toe. ,,Daarom ging ik naar hun familieleden. De eerste jaren heb ik tal van families geïnterviewd en op basis daarvan heb ik dossiers samengesteld.” De resultaten van zijn onderzoek mondden uit in zes biografieën die inmiddels bij een uitgeverij liggen ter beoordeling. ,,Ik hoop dat ze worden uitgegeven, maar als dat niet gebeurt, komen ze hoe dan ook in het archief, als aanvulling op van wat nu over de Edese verzetsmensen bekend is.”

De executie van de tien Edenaren in Amersfoort was een represaillemaatregel voor de aanslag die het verzet in Amersfoort had gepleegd op een Nederlandse politieagent die voor de politieke dienst werkte en bekend stond als een jodenhater, D. Lutke-Schipholt. De executie van de zes Edenaren en nog vier andere gevangenen in Loosdrecht was een represaillemaatregel voor het doodschieten van een Duitse onderofficier in die plaats door het verzet.

,,De stoffelijke overschotten van de verzetsmensen werden kort na de bevrijding naar hun woonplaats over gebracht, waar zij werden bijgezet in een daar met de hulp van de Canadese bevrijders gebouwd Mausoleum op de Paasberg. En op de fusilladeplaatsen in Amersfoort en in Loosdrecht werden gedenktekens opgericht”, vertelt Verduijn. ,,In Amersfoort werd de muur met het gedenkteken, door de bezitter van deze tuinmuur, August Brester, toentertijd geneesheer-directeur van het ziekenhuis De Lichtenberg, geschonken aan de gemeente ‘om hem voor eventuele afbraak te beschermen’.”

Het Mausoleum kreeg onlangs, mede door Verduijns inzet, een gemeentelijke monumentenstatus. Het valt hem echter zwaar dat er geen officiële herdenkingen plaatsvinden bij de monumenten in Amersfoort en Loosdrecht. ,,Voor zover ik heb kunnen nagaan, is dat nog nooit gebeurd. Maar het is juist heel erg belangrijk dat die geschiedenis levend blijft.” Hij pleit er dan ook voor dat de monumenten in Loosdrecht en Amersfoort ook een beschermde status krijgen. ,,In een tijd, waarin elke gevonden concentratiekampbarak wordt geknuffeld als een waardevol oorlogsmonument, hoop ik dat de twee gemeenten hun verantwoordelijkheid voor deze monumenten zullen nemen, zodat hun verhaal voor het nageslacht bewaard blijft. Ze mogen niet vergaan, dat zou doodzonde zijn.”

Omdat het dit jaar 65 jaar geleden is dat de executies plaatsvonden, heeft Verduijn het college van burgemeester en wethouders van Ede uitgenodigd om in Amersfoort op 20 maart een bloemenkrans te leggen bij het monument. Dat verzoek is echter niet ingewilligd. ,,De gemeente Ede zegt voldoende te doen bij het Mausoleum tijdens de Dodenherdenking op 4 mei. Dat vind ik heel jammer”, aldus Verduijn, die graag had gezien dat er een gebaar werd gemaakt, ook door de gemeente Amersfoort. ,,Deze mensen hebben hun bloed gegeven voor de bevolking van Amersfoort. Als zij niet waren doodgeschoten, hadden de Duitsers zeker willekeurige Amersfoorters opgepakt en doodgeschoten. Daarvan moet we ons heel bewust zijn.”

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie