
Van Gent Finaleweken: Een racedag met jonge karter Jesper Beerbaum
16 juni 2026 om 23:24 AutosportAMERSFOORT Jesper Beerbaum is bijna elk weekend op een kartbaan te vinden met zijn vader Niels. Daar draait het niet alleen om rijden, maar ook om sleutelen, afstellen, wachten en weer de baan op. Vorig jaar werd de 12-jarige Amersfoorter Nederlands kampioen, dit seizoen rijdt hij in een hogere klasse. Dat is pittig. ,,Nu wil ik mijn vriend Reno helpen. Want hij steunde mij twee jaar geleden toen ik ziek was.’’
door Peter Pos
Terwijl monteurs in tenten sleutelen aan karts, ouders de weersverwachting bespreken en coureurs zich voorbereiden op hun volgende race, is Jesper Beerbaum nergens te bekennen. Zijn vader Niels kijkt nog eens rond op de paddock. De volgende race komt eraan, maar van wedstrijdspanning lijkt bij zijn zoon weinig sprake. Uiteindelijk blijkt Jesper ergens met andere jongens te spelen.
![]()
Foto - Daniel Koning
„Ik ben vaak wel gestrest”, zegt Niels lachend. „Dan kan ik hem niet vinden, terwijl hij wel op tijd op de baan moet zijn. Als ik hem dan eindelijk gevonden heb, loopt hij op zijn gemakje naar de kart. Alles op zijn elfendertigst. Maar het komt altijd weer goed.” Jesper begrijpt die onrust niet zo goed. „Tussen de races door speel ik met de andere jongens. Totdat ik hoor dat ik weer moet rijden. Dan stap ik in de kart en ga ik de baan op.”
Het typeert de 12-jarige Amersfoorter. Vorig jaar werd hij Nederlands kampioen in de mini klasse. “Dit seizoen maakte hij bewust op jonge leeftijd de overstap naar de junior klasse tot 16 jaar. Dan kon hij weer met vrienden racen die door hun leeftijd al een jaar eerder waren doorgestroomd.” De eerste wedstrijd van het seizoen won hij direct. Daarna volgden minder gelukkige weekenden. Een keer ging de motor van de kart kapot, een andere keer werd hij in de finale van de baan geduwd. Maar het kampioenschap is dit jaar voor hem bijzaak. „ Mijn doel is om mijn vriend Reno te helpen, zoals hij mij twee jaar geleden hielp in de wedstrijden toen ik terugkwam na mijn hersenontsteking.
![]()
Monteur Michael maakt de kart in orde - Peter Pos
Voor de familie Beerbaum draait vrijwel ieder weekend om karten. Als er geen wedstrijd op het programma staat, wordt er vaak ergens in Nederland getraind. Volgens Niels beseffen veel mensen niet hoeveel werk er achter de aanloop naar een racedag schuilgaat. „Met het team spreken we af waar we gaan trainen. Zo’n dag draait niet alleen om het rijden. Je zorgt ook dat alles technisch gezien klaar is voor de wedstrijddagen. Er is bij de trainingen ook een data-analist die alle gegevens uitleest en helpt met de afstelling. Dan probeer je weer een paar tienden van een seconde te vinden.”
AFSTELLING
Jesper houdt zich liever bezig met het rijden zelf. „ Ik geef het aan als de kart bijvoorbeeld niet goed remt of instuurt. Dan past de monteur de setting aan. Net zolang tot de afstelling perfect is.”
Ook op wedstrijddagen volgt hij zijn eigen aanpak. Veel coureurs lopen vooraf een rondje over het circuit om iedere bocht te bestuderen, maar Jesper ziet daar weinig nut in. „ Soms kijk ik even of er natte plekken op de baan liggen, maar verder niet.” Ook zenuwen spelen nauwelijks een rol. „Waarom zou ik gestrest zijn? Als ik te veel nadenk, ga ik fouten maken.” Zijn vader herkent dat beeld. „Bij hem zie je de wedstrijdspanning niet. Als anderen al in de kart zitten loopt Jesper vaak nog te spelen.’’
EXTRA LOOD
Terwijl Jesper zich vooral bezighoudt met rijden, ligt de technische verantwoordelijkheid bij monteur Michael. Hij zorgt ervoor dat de kart wedstrijdklaar aan de start verschijnt. „We krijgen via loting een motor toegewezen”, vertelt de monteur uit Baarn. „Die is verzegeld. Het enige wat je nog kunt doen, is controleren of alles goed staat afgesteld.” Ook het totaalgewicht van Jesper en zijn kart wordt nauwkeurig gecontroleerd. „Hij mag niet te licht zijn. Als het gewicht onder de 130 kilo is, wordt hij gediskwalificeerd. Dat lossen we op met extra lood op de kart.” Zodra de race begint, verandert zijn rol. „Dan is het aan Jesper. Ik controleer nog even de bandenspanning en daarna ga ik kijken.”
![]()
Jesper Beerbaum (links): ,,Het zou mooi zijn als Reno Rolink kampioen wordt en ik tweede.’’ - Daniel Koning
In Berghem zorgt het weer ondertussen voor een extra dilemma. Donkere wolken trekken samen boven het circuit en de laatste race van de dag nadert. De vraag is of er op slicks of regenbanden gereden moet worden. „Het zou droog blijven”, zegt Niels terwijl hij naar de lucht kijkt. „Maar we hebben ook een set regenbanden liggen. Ik overleg altijd met mijn ‘bandengoeroe’ wat verstandig is.” Jesper heeft zijn keuze snel gemaakt. „Doe maar regenbanden.” Zijn vader haalt zijn schouders op. „We hebben nog een uur. Die hebben we zo gewisseld.”
De volgende wedstrijd is 28 juni in Kerpen, op het circuit waar Michael Schumacher groot werd. Veel verandert dat niet aan de manier waarop Jesper zijn races beleeft. „Ik wil gewoon dat Reno kampioen wordt. Dat maakt mij net zo blij als wanneer ik het zelf zou worden. Dan ben ik vooral trots dat we dit samen hebben bereikt.”





















