Onno Kleefkens: 'De elite dronk zwaar bier, zeker een liter per dag'
Onno Kleefkens: 'De elite dronk zwaar bier, zeker een liter per dag' Jeroen de Valk

Boek over 700 jaar Amersfoortse bier: alle feiten op een rij, alle mythes ontkracht

6 juni 2026 om 20:13 Historie

AMERSFOORT Ooit was het bier de motor onder de Amersfoortse economie. Sinds kort zijn er weer nieuwe brouwerijen in de stad. Aanleiding voor de bier-geschiedkundige Onno Kleefkens voor het publiceren van een kleurrijk, toegankelijk boek: ‘Amersfoort Bierstad / Kwaliteit door de eeuwen heen’.

door Jeroen de Valk

Waarom zou je een boek schrijven over bierbrouwerijen in Amersfoort? Om te beginnen omdat het belang daarvan nauwelijks kan worden onderschat. Gedurende twee eeuwen – van globaal 1400 tot 1600 – lééfde de helft van de inwoners van het stadje op de een of andere manier van het bier. Ze verbouwden hop of haver, brouwden er bier van, tapten het in etablissementen of vervoerden de vaten over de Eem, voor de export naar andere gewesten.

Bier was de motor van de lokale economie. Maar ook in latere jaren, vanaf de 19de eeuw, werd er serieus bier gebrouwen in Amersfoort. Dat ging grootschalig en fabrieksmatig; menige oudere Amersfoorter herinnert zich nog de grote Phoenix-brouwerij bij het station. Thans kent het lokale bierbrouwen weer een heropleving; denk aan Rock City aan de Mijnbouwweg en De Drie Ringen aan de Kleine Spui. Bier brouwen, kortom, is een eerbiedwaardige traditie in het Amersfoortse.

Onno Kleefkens (76) brengt dit alles op toegankelijke wijze aan de orde in zijn boek ‘Amersfoort Bierstad / Kwaliteit door de eeuwen heen’. Op de omslag staat een foto van de Kortegracht, zeker een eeuw terug, met in het midden – het smalle gebouw met de hijsbalk bovenin - het voormalige pand van de Brouwerij van Jan Roelofsz.

MYTHES ONTKRACHT

Wie er goed voor gaat zitten, merkt dat Kleefkens ook werd gedreven door de wens om misverstanden recht te zetten. In de 146 pagina’s – op groot formaat en voorzien van veel beeldmateriaal op glanspapier – weet hij de ene na de andere mythe te ontkrachten.

Zo’n mythe is dat bier fungeerde als alternatief voor het vieze water. Het was dan ook héél licht bier. Dat misverstand zal wellicht onuitroeibaar zijn, maar niet voor lezers van dit boek. Het klopt namelijk niet, legt Kleefkens uit. Het Amersfoortse water was schoon en daarom geliefd bij brouwers. Het stadsbestuur zag erop toe dat wc-emmers niet de grachten werden geleegd.

Het bier was dus in Amersfoort geen substituut voor verontreinigd water. De elite dronk sterk bier; dat was een teken van welvaart. Het gewone volk dronk licht bier, met nog altijd iets van twee procent alcohol. Volgens schattingen dronk de gemiddelde Amersfoortse volwassene in de jaren 1400–1600 zeker één liter bier per dag. Deze aanzienlijke bierconsumptie werd deels veroorzaakt door het ontbreken van alternatieven. Koffie, thee, jenever en wijn werden pas later gemeengoed.

ALLE VITAMINEN

Kleefkens denkt niet dat dit dramatisch gevolgen had voor de gezondheid. ,,Bier is een gezonde drank. Alle vitaminen zitten erin, behalve vitamine C. Het is ook voedzaam dankzij haver of hop.’’ Op de lange duur zou het misschien schadelijke gevolgen kunnen hebben, overweegt Kleefkens, ‘maar de mensen werden toen niet oud’.

Nog een mythe: bier zou vooral in en voor de huiselijke kring worden gebrouwd door de moeder des huizes. Ook dat klopt ook niet. ,,Zowat elk dorp had wel een brouwerij die handel dreef. Er zijn geen aanwijzingen dat daar alleen vrouwen werkten.”

En – nu we toch bezig zijn – nóg een misverstand: in de genoemde eeuwen zou elke stad zijn eigen bier drinken. ,,Dat was alleen in het geval in het oostelijke gedeelte van wat we nu Nederland noemen, van Groningen tot Maastricht. Daar dronken de mensen bier die in hun eigen gewest was gebrouwd. In het westen werd het bier ook van elders gehaald.’’

JUBILEUMBIER UIT 1326

In 1326 gaf Graaf Willem III de Amersfoorters toestemming om hun bier ‘vrij van tol’ voorbij de Amsterdamse grenzen te exporteren. Dit was een essentiële bijdrage aan de Amersfoortse economie. Maar op dit document was tevens de eerste officiële vermelding te vinden van de lokale bierbrouwerij. Anno 2026 is dit exact 700 jaar terug, zo wordt gememoreerd in het voorwoord.

Er is overigens nóg een jubileum, dit jaar: de naam van brouwerij De Drie Ringen dateert van 400 jaar terug. In 1626 werd een brouwerij onder deze naam geopend aan de Kortegracht. Een nabijgelegen steeg werd ernaar genoemd en heet nog steeds de Drie Ringensteeg. Het bedrijf sloot begin 18de eeuw, maar in 1989 werd de naam onder het stof vandaan gehaald voor een nieuwe brouwerij aan de Kleine Spui. De huidige zaak viert thans het 400-jarig bestaan van deze naam met twee soorten bier; het ene is een nieuw en sterk Quadrupel, het andere werd gereconstrueerd aan de hand van een recept uit 1326. Het jaar dus van de toestemming van Willem III.

BOEKEN ALS STOEPTEGELS

Brouwer Hugo Langelaan kreeg het recept aangereikt door Leen Alberts, die als geschiedkundige promoveerde op het Amersfoortse bier. De publiekseditie van zijn proefschrift verscheen in 2017 onder de naam ‘Brouwen aan de Eem / Amersfoort, een Stichtse bierstad in de late middeleeuwen’. Zelf publiceerde Kleefkens in 2022 een ook al zeer grondig werk onder de naam ‘Van Amersfoortsch Beijersch tot Phoenix Brouwerij / Bijna 100 jaar Amersfoortse biergeschiedenis’. En dan hebben we het nog niet eens over het kleurrijke naslagwerk ‘De kunst van verleiding / Bier, kunst en reclame; de betovering van het affiche’, dat Kleefkens vorig jaar uitbracht.

Hetgeen de vraag opwerpt: waarom ziet nu alwéér een boek over het Amersfoortse bier het licht? Kleefkens legt uit dat de twee eerdere boeken het formaat hebben van ‘stoeptegels’, waarna de behoefte ontstond aan een lichter te verteren, handzame geschiedenis. Met tevens de opkomst van de brouwerijen die tegenwoordig floreren in de stad. Zijn nieuwste boek telt 146 pagina’s.

‘RIJP VOOR BIERMUSEUM’

Kleefkens: ,,Dit boek heeft vijf hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk is gebaseerd op het proefschrift van Alberts, het tweede en derde hoofdstuk gaan over de Phoenix-brouwerij en het vierde en vijfde over de huidige brouwerijen; dat was vooral een kwestie van praten en overleggen.’’

Het vele beeldmateriaal komt uit allerlei bronnen: zijn eigen archief, de verzamelingen van anderen en menig gemeentelijk archief. Eigenlijk, zo benadrukt Kleefkens, is Nederland rijp voor één nationaal biermuseum. ,,Alkmaar heeft een museum dat aan bier is gewijd, maar daar ligt de nadruk op Heineken. Waar ik en andere deskundigen behoefte aan hebben, is een instituut met een museale functie, dat tevens de archieven kan herbergen. Met een medewerker die dat allemaal beheert en het overzicht houdt.’’

Immers: ,,De verzamelaars worden grijs en hun kinderen zitten niet op hun collecties te wachten. De verzamelingen gaan na hun overlijden naar de hoogste bieders. Zo raakt dat waardevolle materiaal verspreid door het hele land. Dat is doodzonde!’’

Onno Kleefkens: ‘Amersfoort Bierstad / Kwaliteit door de eeuwen heen’. Phetradico Publishing, www.phetradico.com

Omslag van besproken boek
Mail de redactie
Meld een correctie

Jeroen de Valk
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie