Afbeelding

‘Het is alsof ik al jarenlang betaald mijn hobby mag uitvoeren’

Achtergrond

Het is Marjo Hoedemakers eerste rondje park deze zondag, waarop hij de dieren inspecteert en kijkt of er bijzonderheden zijn. Honderduit pratend over zijn liefde voor zijn vak ontgaat Hoedemaker geen detail. Terwijl ik een duik in een modderpoel vergeefs poog te voorkomen en angstvallig mijn microfoon weghoud bij een al te nieuwsgierige giraf, wijst Hoedemaker op een voorbijschietend veldmuisje, raapt hij ondertussen verwaaide snoeppapiertjes van de grond en begroet hij het pasgeboren kameeltje Boris. In het naastgelegen verblijf liggen de krokodillen in schemerlicht te dutten. ,,Hé, er zijn twee lampjes stuk. Even doorgeven straks aan de jongens.”

In het Dinobos staat een uitgestorven gigant tot de enkels in het water. Nachtelijke stortbuien creëerden wijde plassen in Dierenpark Amersfoort. Hoofd dierverzorging Marjo Hoedemaker, een halve eeuw in dienst van de dierentuin, overziet in de vroege ochtend de situatie. ,,Hoogste tijd voor wat watermanagement.” Met de punt van zijn schoen graaft hij geultjes om overtollig water af te voeren. Bij de savanne tilt hij met een speciaal touwtje een putdeksel omhoog, port hij een takje in de verstopte afvoer en zo krijgt hij de geblokkeerde pomp weer aan de praat.

Door Herma Klein Kranenberg

Als een vis in het water voelt Hoedemaker zich hier in de zoo, dat spreekt uit alles. Al decennialang werkt en woont hij in dit naar eigen zeggen fraaiste stukje Amersfoort. ,,Ieder jaar reizen mijn vrouw en ik naar het Krugerpark in Afrika. Prachtig om de dieren daar in alle rust in hun natuurlijke omgeving te kunnen observeren. Het gedrag, de sociale interactie tussen de dieren onderling, het fascineert mij mateloos. En toch, als ik weer terug in Amersfoort mijn dagelijkse rondje loop, weet ik: Hier hoor ik thuis, dit is mijn plek.”

Als jongetje mocht hij al mee naar Burgers’ Zoo in Arnhem. Zijn vader, eigenaar van een bakkerij, bracht er geregeld oud brood voor de olifanten. Kleine Marjo keek zijn ogen uit. ,,Zag ik een oppasser, blauw alpinopetje op, met twee olifanten die keurig achter hem aan kuierden. Dat wilde ik ook! Mijn vader bromde binnensmonds: Jongen, ga liever een vak leren.”

Marjo liet zich niet tegenhouden en rammelde aan de poort voor een baantje. Met succes. Waar veel leeftijdgenoten puberend een brommer afrosten, leerde Marjo spelenderwijs en in sneltreinvaart de uiteenlopendste dieren te verzorgen. ,,Chimpansees, olifanten, kamelen, noem maar op. Ik heb zoveel kennis opgedaan. Daar kon geen vakopleiding tegenop. Frans de Waal, de beroemde etholoog, liep er als jochie ook rond. Net zo gek van dieren als ik, werden we goede vriendjes. Best bijzonder dat we onze liefde voor dieren allebei in werk hebben kunnen vertalen. Hij als bioloog, ik meer vanuit de educatieve en verzorgende insteek. Hoewel, het voelt absoluut niet als werk. Het is meer alsof ik al jarenlang betaald mijn hobby mag uitvoeren, met een woning op de koop toe.’’

Hoofdschuddend van verbazing om zijn eigen geluk schuift Hoedemaker met zijn inmiddels doorweekte schoen een stapeltje bladeren opzij. Het water kan weer stromen. Zo worden de wandelpaden beter begaanbaar voor de bezoekers later op de dag. Het is Vaderdag, voor velen aanleiding voor een feestelijk bezoekje aan de dierentuin. Hoedemaker filosofeert over de invloed van zijn vader op zijn geliefde hobby. ,,Vermoedelijk heb ik van mijn vader een flink portie dierenliefde geërfd. Hij liet rustig een hele oven vol broden in de steek om met zijn hoofd in zijn nek een laagvliegend goudvinkje te bewonderen. Hadden we geen vers brood, maar verbrand brood.” Toeval of niet, Hoedemaker vertelt dit terwijl hij bij het recent gebouwde olifantenverblijf een stapel oude broden uit een kist vist om aan Indra te voeren bij wijze van ontbijtje.

Minstens zo frappant is het dat het uitgerekend vandaag de sterfdag van zijn vader is. ,,Toen ik jaren terug geridderd werd, zat mijn vader op de eerste rij. Apetrots was hij. In mijn dankwoordje zei ik: ‘Ouwe, een lintje voor iemand die nooit een vak heeft geleerd, da’s niet gek, toch?’ Zat-ie te glunderen van pret.” Dierbare herinneringen zijn het voor Hoedemaker, zelf bijna 65 inmiddels en dus pensioengerechtigd. ,,De dagelijkse leiding draag ik straks over aan een prima team.” Aan stoppen denkt hij niet: ,,Geen haar op mijn hoofd. Dat heb je met een hobby. Daar blijf je mee bezig. Ik blijf actief, zij het op een wat andere manier.”

Met humor beschrijft Hoedemaker hoe hij, waar hij ook is, de wereld altijd met een professionele blik bekijkt. ,,Bij elk bezoek aan een natuurgebied, een andere dierentuin, een museum of een stad, observeer ik en doe ik ideeën op voor ons dierenpark. Wat kunnen we verbeteren? Welke trends zijn er waar we bij aan kunnen sluiten? Dat hou ik altijd in mijn achterhoofd.’’

Soms ziet Hoedemaker handige snufjes of technische toepassingen voor bepaalde constructies. Een andere keer krijgt hij een creatieve inval. ,,Tijdens een weekendje weg in Antwerpen glipte mijn vrouw een modeboetiek in. Ik zuchtend erachteraan. Hing er een dame aan het plafond, middenin de winkel. Ze koekeloerde naar me. Ik kon mijn ogen er niet van afhouden.” Deze etalagepop, want dat was de bungelende dame in kwestie, in haar opvallende positie hoog boven het echtpaar verheven, inspireerde Marjo onmiddellijk. ,,In ons zoölogisch museum heb ik een opgezette vale gier op precies dezelfde manier opgehangen. Iedereen die binnenkomt, voelt als het ware deze majestueuze vogel met haar machtige vleugels en priemende blik op zich neerkijken.” Met dank dus aan Marjo’s shoppende echtgenote. ,,Van oorsprong is ze logopediste, maar net als ik is ze helemaal vergroeid met de dierentuin en haar bewoners. Ze geeft middenin de nacht kameeltje Boris de fles, helpt mee als het jonge grut extra verzorging nodig heeft. Bijzondere voorliefde heeft ze voor de apen.” Staan bij een ander in huis kiekjes van kinderen en kleinkinderen, bij de familie Hoedemaker kun je in de gang letterlijk ‘aapjes kijken’.

Al wandelend passeren we de imposante container die bij het olifantenverblijf staat opgesteld. Losjes verhaalt Marjo over de aanstaande verhuizing van olifant Alexander: ,,Zes ton achterwaarts in een container zien te krijgen, vraagt heel wat geduld. We trainen hem om uit zichzelf erin te lopen. Tot nu toe heeft hij er drie stappen in gezet, puur uit nieuwsgierigheid. Het begin is er.”

Ontzag heeft Hoedemaker voor de grote grijze dikhuiden. ,,Sociaal intelligente dieren. In het Krugerpark zagen we eens een groepje olifanten oversteken. Eentje ging op de weg staan als klaarover, zodat de rest rustig kon oversteken. Alleen het bordje met eitje omhoog in de slurf ontbrak er nog aan. Fantastisch.” Het olifantengeheugen is terecht befaamd, zegt Hoedemaker. ,,We hadden hier eerder olifant Twiggy. Een aantal jaren heeft ze hier vertoefd, toen vertrok ze naar een andere dierentuin. Behoorlijk eenkennig was ze, gewend aan mij als vaste verzorger. Jaren later moest ze een ingreep ondergaan. Ik werd gebeld of ik kon komen helpen. Na ruim tweeënhalf jaar wist ze nog precies wie ik was. Zonder probleem liep ze met me mee.” Zo trippelde Twiggy braaf achter haar vrogere begeleider aan, net zoals in zijn jeugd de verzorger met in zijn kielzog twee olifanten.

,,Maar”, waarschuwt Hoedemaker, ,,Onderschat een dier nooit. Het gevaar is dat je denkt dat het dier je vriend is. Een grote misvatting.” Schijnbaar achteloos vertelt hij hoe Twiggy hem een keer op zijn plaats zette. ,,Werd ik met een enorme zwieper in de hoek gezet!” Uit de doeken gedaan als een grappige anekdote, maar doorspekt met details waaruit blijkt hoezeer deze gebeurtenis hem is bijgebleven. ,,Ik voelde me heel klein en kwetsbaar. Mijn mazzel was dat ik in de hoek belandde; haar kop was simpelweg te breed om me te kunnen pletten.”

Veel vragen over dieren krijgt Hoedemaker van kinderen, iedere dag opnieuw. Als het even kan, beantwoordt hij ze zelf. Speciaal voor hem bedachten mijn zonen een vraag: Als u mocht kiezen, welk dier zou u dan willen zijn? Hij twijfelt geen moment. ,,Een vogel, een sperwer of een havik. Zweven boven de aarde met een scherpe, alles overziende blik.”

De vader die in een grijs verleden ‘tig’ broden liet aanbranden om een langsvliegend vinkje te bewonderen, tegenover de zoon die wel een vogel zou willen zijn. Misschien had vader Hoedemaker vroeger in de bakkerij hetzelfde verlangen: vrij als een vogel zijn.

advertentie