
De sporen van slavernij liggen in Amersfoort dichterbij dan gedacht
13 juli 2026 om 13:36 AchtergrondAMERSFOORT ,,Gebrek aan kennis over het slavernijverleden houdt ongelijke kansen in stand.” Zo zei burgemeester Lucas Bolsius afgelopen 30 juni, nadat hij zijn excuses had aangeboden voor de betrokkenheid van het Amersfoortse stadsbestuur bij het koloniale slavernijverleden. Het was een hint naar de presentatie van het boek ‘De stad die wij delen’. Over slavernij, erfenis en toekomst in Amersfoort en omgeving.
door Esther Postema/Nieuwsplein33
Het boek verduidelijkt waarvoor precies die excuses gelden, en tien dagen later zou hij er het eerste exemplaar van in ontvangst nemen. Rond de publicatie is een rijk programma samengesteld in de Prodentfabriek, waar zo’n 250 mensen op af zijn gekomen. Geen wetenschappelijke conferentie, maar een betekenisvolle bijeenkomst.
Bij binnenkomst is er een rituele dans. Later wordt er een traditioneel plengoffer uitgevoerd, met onder meer dank voor ‘de onderste steen naar boven halen’, en ook een helingsritueel. Dan is het tijd voor een reeks voorbeelden uit het boek, afgewisseld met intermezzo’s, live muziek en spoken word. Veel afwisseling dus, al is de bijeenkomst daardoor door de combinatie met de zweterige warmte, wel aan de lange kant.
ONDERZOEK EN INTERVIEWS
Maar het boek waar het allemaal om draait telt dan ook 527 pagina’s en is samengesteld door een groot team van onderzoekers. Het is niet alleen gebaseerd op archiefmateriaal, ook zijn er Amersfoorters geïnterviewd over hun familiegeschiedenis en de invloed daarvan op henzelf.
Oral history – mondeling overgedragen geschiedenis – en ‘tegen het archief in lezen’ zijn bij dit thema belangrijk, vertelt onderzoeker Barbara Esseboom. Want de ervaring van de koloniale machthebbers werd op schrift gesteld, die van tot slaaf gemaakten niet. Hún verhalen zouden een stuk minder ‘clean’ zijn geweest. ,,Niet voor de mooi-mooi, zoals Surinamers zeggen.”
Zelfs hun Afrikaanse namen gingen verloren, vertelt de jonge historicus Bruno Eskens. Meestal kozen slavenhouders nieuwe namen. Vaak verwezen die naar de plaats waar de (ex-)slavenhouder vandaan kwam. Dat mensen tot op de dag van vandaag de achternaam Amersfoort dragen, is dus veelbetekenend en pijnlijk.
71 PLEKKEN MET BAND SLAVERNIJ
Het boek is in zekere zin verwant aan het onderzoeksrapport over de ontrechting van Amersfoortse Joden tijdens de Duitse bezetting, dat in 2024 verscheen. Beide passen bij de tijdgeest, waarin bestuurlijke organen meer verantwoordelijkheid nemen voor misstappen uit het verleden.
En zoals er bij tientallen Amersfoortse adressen herdenkingsstenen liggen om Joodse slachtoffers te gedenken, zo is het nu de bedoeling dat het huidige onderzoek iets tastbaars oplevert in de vorm van een wandeling langs adressen in en rond Amersfoort die een rol hebben gespeeld in het slavernijverleden.
Maar liefst 71 plekken en adressen kunnen gelinkt worden aan dit verleden. Ze zijn op plattegronden voorin het boek aangegeven en worden nu al genoemd tijdens de begeleide wandelingen van Amersfoortse stadsgidsen.
Een paar voorbeelden: In de Joriskerk vond in 1633 de doop plaats van Pieter, ‘een Idiaen’ van ongeveer 6 jaar. Waarschijnlijk een gestolen kind, maar zijn treurige verhaal is vooral omgeven door vraagtekens.
Op Krommestraat 22 woonde Pierre le Grand, die in 1634 Curaçao veroverde op de Spanjaarden. Omdat de lokale bevolking massaal op de vlucht was geslagen voor de Nederlanders, besloot Le Grand dat er tot slaaf gemaakte mensen uit Afrika moesten worden aangevoerd.
En de plaatsnaam Leusden zal voor altijd verbonden blijven aan de ramp met het slavenschip Leusden, waarbij zeker zevenhonderd tot slaaf gemaakte Afrikanen om het leven kwamen.
(Artikel gaat verder onder de afbeelding).
![]()
Zuwena Hurtak over het belang van representatie. Op de achtergrond de Amersfoortse gemeenteraad. - Foto: Esther Postema/Nieuwsplein33
PERSPECTIEVEN
Niet altijd wordt tijdens deze middag, en ook bij lezing van het boek, het grote leed dat achter de verhalen schuilgaat voelbaar. Misschien hoort dat ook bij wetenschappelijke studies. De laatste twee verhalen raken des te meer.
Rachida Renfurm neemt het publiek mee in wat zij ‘mijn persoonlijke haarreis’ noemt. Hoewel haar ouders vonden dat ze trots moest zijn op wie ze was, greep zij zodra ze de kans kreeg naar chemische middelen om haar haar sluik te maken. En ook al draagt ze intussen alweer jarenlang haar natuurlijke haar, toch zal ze deze episode niet vergeten.
In het boek brengt ze dit soort keuzes in verband met de erfenis van het slavernijverleden. ,,Waar de één zich moeiteloos en vanzelfsprekend vrij kan bewegen, moet de ander alert blijven op hoe afkomst, naam of huidskleur wordt geïnterpreteerd.”
Zuwena Hurtak tot slot gooit de knuppel in het hoenderhok door de blik te wenden naar het hedendaagse bestuur. Ze laat een foto van de Amersfoortse gemeenteraad zien: overwegend wit. Verschillende groepen moeten zichzelf gerepresenteerd zien in democratische organen, zegt ze, en dat gaat niet om symboliek, maar om perspectief: ,,Nieuwe perspectieven zijn nodig om als mensen echt samen te leven.” Toch legt ze de verantwoordelijkheid niet alleen bij de huidige machthebbers: ,,Wij, zwarte Amersfoorters, zullen zichtbaarder moeten worden en elkaar moeten helpen”, meent ze.
Burgemeester Bolsius kijkt in elk geval met andere ogen naar de samenleving, benadrukt hij, door de kennis die hij heeft opgedaan. Hij is naar eigen zeggen niet meer dezelfde als hij was. Vermoedelijk zal dat ook gelden voor een deel van de toehoorders en de toekomstige lezers.
(Dit bericht werd eerder gepubliceerd op de website en in de app van Nieuwsplein33).


















