„Soms is de beste behandeling voor de patiënten iets niet doen
„Soms is de beste behandeling voor de patiënten iets niet doen", zegt internist in opleiding Lotte Bakkerus. Meander Medisch Centrum

‘Soms is goede zorg juist iets níét doen’

26 maart 2026 om 15:52 Gezondheid-MeanderMC

AMERSFOORT Bij uitgebreide uitzaaiingen van dikke darmkanker heeft het verwijderen van de tumor(en) geen meerwaarde. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Lotte Bakkerus, internist in opleiding in Meander Medisch Centrum. „Goede zorg betekent soms juist dat je iets níét doet omdat je daarmee de patiënt het beste helpt.”

 „Veel patiënten met uitgezaaide kanker vragen: kan het niet gewoon weggehaald worden?”, vertelt Lotte Bakkerus. „En dat snap ik heel goed. Als er iets in je groeit wat er niet hoort, wil je dat eruit.” Maar wat logisch voelt, is medisch niet altijd het beste. Het weghalen van zo veel mogelijk tumorweefsel bij uitzaaiingen in meerdere organen levert géén langere overleving op. Dit toont haar tienjarige ORCHESTRA-studie aan, een groot landelijk onderzoeken bij patiënten met uitgezaaide dikke darmkanker. Dit onderzoek is een samenwerking tussen oncologen, chirurgen, radiotherapeuten en radiologen van 27 ziekenhuizen, waaronder Meander.

De vraag die tijdens het onderzoek centraal stond was: ‘Leven patiënten langer met behoud van kwaliteit van leven als alle uitzaaiingen weggehaald worden?’ Er waren twee groepen patiënten: de ene groep kreeg chemotherapie, de standaard palliatieve behandeling voor deze ongeneeslijk zieke patiënten. De andere groep kreeg chemotherapie en lokale behandeling van uitzaaiingen: via operatie, ablatie (wegbranden) of bestraling, maar alleen als vooraf werd ingeschat dat minstens 80 procent van de zichtbare tumor kon worden verwijderd. Alle patiënten startten met chemotherapie. Pas als de ziekte stabiel bleef of verbeterde, werd geloot welke behandeling volgde.

HET HELPT NIET De resultaten waren duidelijk: patiënten leefden niet langer en de ziekte bleef niet langer onder controle in de groep patiënten die lokale behandeling van de uitzaaiingen kreeg. In deze groep patiënten ontwikkelde daarnaast 40 procent van de patiënten ernstige complicaties door de ingreep. „We zagen een sterke toename van complicaties bij patiënten in de lokale behandeling groep waarbij ze vaak in het ziekenhuis opgenomen moesten worden. En ze leefden niet langer door de lokale behandelingen”, vertelt Bakkerus.

Zelfs in uitgebreidere analyses per type tumor, aantal uitzaaiingen, combinatie van behandelingen, was er geen enkele subgroep die wél profiteerde van een behandeling. Een opmerkelijk resultaat was dat de kwaliteit van leven niet verslechterde. Dit verraste het onderzoeksteam. Mogelijk door hoop, vermindering van klachten op korte termijn of response shift ofwel het aanpassen van wat iemand ‘kwaliteit van leven’ noemt.

JUIST IETS NIET DOEN „Soms is de beste behandeling voor de patiënten iets niet doen, ondanks dat het technisch mogelijk is”, concludeert Bakkerus. Ze benoemt dat dit spannend is voor artsen. „Je wil iets doen. Dat zit in ons. Daarnaast zijn er technisch gezien ook veel mogelijkheden: het kán ook. Maar goede zorg betekent soms juist dat je iets níét doet omdat je daarmee de patiënt het beste helpt.”

Voor haarzelf voelt dat inmiddels heel logisch, vanuit de oncologie: „Palliatieve zorg, zorg en hulp voor ongeneeslijke zieke mensen, gaat over kwaliteit van leven en behoud van conditie. Dan moet je steeds weer afwegen: draagt een ingreep hier echt aan bij?”

Lees meer over het onderzoek van Lotte Bakkerus op de website van Meander.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie