Emanuel Klasser (staand derde van links) en Arnoldus van Daal (keeper met coltrui) op een elftalfoto van het tweede elftal uit 1935. Beide Quickers overleven de oorlog niet. Vijf andere trouwe Quick-spelers evenmin.
Emanuel Klasser (staand derde van links) en Arnoldus van Daal (keeper met coltrui) op een elftalfoto van het tweede elftal uit 1935. Beide Quickers overleven de oorlog niet. Vijf andere trouwe Quick-spelers evenmin. Archief Quick Nieuws

Na de oorlog mist Quick zeven voetbalvrienden

Historie 75 jaar vrijheid: de verhalen achter de monumenten

AMERSFOORT Dit jaar vieren we dat Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd van de Duitse bezetting. In 2020 willen we met de krant op allerlei manieren stilstaan bij dat gegeven. Met een serie over oorlogsmonu-menten en de verhalen erachter. Maar ook met artikelen over andere herinneringen aan die ingrijpende periode 1940-‘45.

Onder het pseudoniem Vandalist schrijft Arnoldus van Daal in de jaren dertig kostelijke cursiefjes in het clubblad van AFC Quick 1890, getiteld het Quick Nieuws. Arnoldus, voor het gemak Ad of Ard genoemd binnen de club, is jurist van beroep en een volbloed Quicker. Zijn talent op het voetbalveld - hij keept doorgaans - draagt het stempel doorsnee, maar als verenigingsman is hij van onschatbare waarde. Voor elke klus is de joviale Amersfoorter te porren. Zo zegt Van Daal, geboren op 30 augustus 1912, ook geen nee op het verzoek om voorzitter te worden. De club is ervan overtuigd dat de jonge en hartelijke meester in de rechten de juiste man op de juiste plek is. Ervaring als bestuurslid (commissie van materieel) heeft de multi-inzetbare Quicker dan al.

Amersfoortse voetbalvereniging onthult tijdens 60-jarig bestaan in 1950 gedenksteen

GELIEFD Emanuel Klasser, steevast door zijn kompanen Brammetje genoemd, is ook zo’n geliefd figuur binnen de hechte Quickfamilie. Klasser, van 5 augustus 1902, is tien jaar ouder dan Van Daal en gezegend met meer voetbaltalent. De vleugelspeler is watervlug en staat bekend om zijn rushes. Hij passeert verdedigers alsof ze er niet staan. Loyaliteit kenmerkt de spraakzame Emanuel ook. Zelden ontbreekt hij op het appel. Lange tijd geeft de voorhoedespeler het eerste elftal van Quick iets extra’s.

Op een elftalfoto uit 1935 staan Klasser en Van Daal (in witte keeperscoltrui en met donkerblonde kuif) zij aan zij, beiden met een glimlach op hun gezicht; ze zijn met het tweede elftal vanwege het behaalde kampioenschap gepromoveerd naar de reserve eerste klasse. Na de oorlog zullen hun namen echter niet meer voorkomen op Quicks ledenlijst.

VRIJHEIDSKLOKKEN Klasser die dienst doet als soldaat infanterie bij het KNIL, sterft op 30 augustus 1943 door ondervoeding in een Japans krijgsgevangenkamp in Kuie, Thailand. In datzelfde jaar verdedigt Van Daal nog gewoon zijn doel en wordt hij kampioen met het vierde elftal, maar ook hij overleeft de oorlog niet. De Amersfoorter, commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten, wordt in 1944 gearresteerd en gevangengezet in het Oranjehotel in Scheveningen. Na een korte periode in Kamp Amersfoort wordt hij op 15 maart 1945 gedeporteerd naar concentratiekamp Neuengamme. Uiteindelijk bezwijkt de verzetsstrijder op 22 mei 1945 in Neustadt Holstein aan de gevolgen van de ontberingen die hij heeft moeten doorstaan.

Quicks’ scribent Roel Leenknegt die met zowel Klasser als Van Daal heeft samengespeeld, verhaalt in het Quick Nieuws van oktober 1950 over beide spelers. Hij doet dat met een snik. Zo formuleert Leenknegt (1913-2006) over voetbalvriend Van Daal: ‘Dat wij juist hem moeten missen, voor altijd, in de dagen toen de vrijheidsklokken beierden, is wel heel hard. Hij is ten onder gegaan aan methodes van medeschepselen, die in beschaving en menselijkheid niet aan hem konden tippen. Nimmer zal Quick hem vergeten.’ Dat doet Quick zeker niet. Van Daal en Klasser én nog vijf gewaardeerde leden die de oorlog evenmin overleven worden door de vereniging voor eeuwig in het hart gesloten.

(Artikel gaat verder onder de afbeelding).


Roelof van Goor bij de opgekalefaterde gedenksteen, 70 jaar na de onthulling. ,,Eens een Quicker, altijd een Quicker.'' - Marcel Koch

GEDENKSTEEN We schrijven zondag 1 oktober 1950. AFC Quick 1890 is jarig. De Amersfoortse voetbalvereniging bestaat 60 jaar en dat wordt gevierd met een jubileumwedstrijd tegen Hercules uit Utrecht waarmee het sinds de oprichting een innige vriendschap onderhoudt. Maar uitsluitend een dag in het teken van jolijt en drankgelag wordt het niet.

Quick staat deze eerste oktoberdag ook stil bij de zeven Quick-leden die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Ter nagedachtenis aan hen wordt er voor aanvang van de jubileumwedstrijd een gedenksteen onthuld bij het kleedhok langs het veld op Dorrestein. Spreker van dienst is Quicks voorzitter Jac. H. van Goor (roepnaam: Jaap). Het is een kolfje naar zijn hand. Preses Van Goor - hij zou bij Quick 25 jaar ferm de voorzittershamer hanteren - is een bekwaam redenaar, en oud-eerste elftalspeler bovendien. Tijdens de korte plechtigheid spreekt Van Goor, strak in driedelig pak, woorden van dankbaarheid en waardering en leest hij de namen van de gevallen Quickers op. Door de microfoon klinken de namen van: Hans de Bruijn, G. Ebels, Anton de Jong, Emiel de Roij van Zuijdewijn, Hans Wiegman, en zo ook die van Emanuel (Brammetje) Klasser en Arnoldus (AD) van Daal.

Dat wij juist hem moeten missen, voor altijd, in de dagen toen de vrijheidsklokken beierden, is wel heel hard

ASPIRANT Roelof van Goor hoort het welgemeende zegje van zijn vader stilzwijgend aan. Op verzoek van de vereniging figureert hij samen met teamgenoot Rob Korteweg bij de onthulling. De twee zijn tweedejaars aspirant en staan in hun clubtenue (rood/zwart) als een paleiswacht naast de donkergekleurde gedenksteen, die versierd is met fleurige bloemen. Het weer werkt mee, het is droog. Zodra de ceremonie, bijgewoond door enige nabestaanden, ten einde is, rolt de bal en wordt de doodse stilte op Dorrestein doorbroken. Hercules trakteert de 60-jarige op een 4-2 nederlaag. Een maand later zien Roelof en zijn vader Jaap zichzelf terug op een foto van de ceremonie, afgedrukt in het Quick Nieuws.

TWEEDE HUISKAMER ,,Ja, die foto kan ik mij nog wel herinneren’’, reageert Roelof van Goor terwijl hij zojuist met langzame pas sportpark Dorrestein, thuishaven van AFC Quick, is opgelopen. Stilstaand voor de onlangs opgekalefaterde gedenksteen bekijkt hij de door de verslaggever meegebrachte foto uit het Quick Nieuws nauwkeurig. Het begint hem al vlot te dagen. ,,Ik was toen 14 jaar en speelde voor het tweede seizoen bij Quick’’, zegt hij. ,,In 1948 ben ik lid geworden. In die tijd mocht je pas op je twaalfde lid worden van een sportvereniging.’’

Dat dat Quick zou worden, was in huiselijke kring geen punt van discussie, vertelt de inmiddels 84-jarige Van Goor die twaalf jaar als verdediger in het eerste elftal speelde en ook later aan de bestuurstafel zijn steentje bijdroeg (technische zaken). ,,Quick was stevig verankerd in onze familie. Het paviljoen was onze tweede huiskamer. Mijn ouders namen mij als baby in de kinderwagen al mee naar het Quick-veld. Mijn zoon Jacob, die ook ettelijke jaren in het eerste heeft gespeeld, speelt hier nog in een vriendenteam. Alleen mijn broer Wim was niet verknocht aan Quick en voetbal.’’

INITIATOR De foto mag dan onmiddellijk voor herkenning zorgen, de dag van de onthulling zelf roept bij Van Goor slechts vage herinneringen op. ,,Ik was nog jong en de Quickers die het betrof, kende ik geen van allen’’, zegt hij enigszins verontschuldigend. ,,Ik sluit ook niet uit dat toespraak van mijn vader volledig langs mij heen is gegaan. Op de foto zie je me ook wegkijken in de verte, een beetje wezenloos.’’

,,Onze rol in het geheel was natuurlijk ook eenvoudig van aard. Van Rob en mij werd alleen gevraagd om aanwezig te zijn. Hoogstwaarschijnlijk zal mijn vader mij voor dit klusje hebben gestrikt. Rob kende hij ook, want die woonde bij ons in Indische buurt, op het Borneoplein. Die kon overigens goed voetballen. Het jaar na de onthulling verhuisde Rob naar Den Haag en ben ik hem uit het oog verloren.’’ Of zijn vader de initiator van de gedenksteen is geweest, is bij Van Goor niet bekend. ,,Maar het zou me niet verbazen. Hij was een zeer sociaal bewogen man, zat in tal van comités en maatschappelijk betrokken organisaties. Het was een man die zich graag inspande voor anderen. Hij heeft onder meer veel voor het Oranjefonds en de Hartstichting betekent, tot op zeer hoge leeftijd. Maar los van zijn sociale inborst, gaf hij veel om de club en zijn leden. Quick stond in die tijd synoniem voor saamhorigheid en vriendschap. Er was sprake van heuse clubliefde. Dat er een gedenksteen is gekomen paste destijds in de geest van de club. Het is een mooie geste.’’

(Artikel gaat verder onder de afbeelding).


Roelof van Goor (midden) bij de onthulling van de gedenksteen in 1950. Zijn vader Jaap achter de microfoon. - Archief Quick Nieuws

SPANNEND Eenmaal op zijn praatstoel zoomt Van Goor lenig in wat hij als kind zoal meemaakte in de oorlogsjaren. Wat hem het meest is bijgebleven, zegt hij, is het afvoeren van de gevangen uit Kamp Amersfoort. ,,Wij woonden in de Bankastraat, gelegen achter de Kapelweg. Als ik op het schuurtje in de achtertuin klom, kon ik Duitse soldaten de gevangenen zien afvoeren. Dit tot grote ergernis van mijn moeder. Ze wilde pertinent niet dat ik het gadesloeg. Maar als kind vond ik het spannend.''

Van Goor heeft een band voor het leven met Quick. Zowel de uit- als thuiswedstrijden van het eerste elftal volgt de krasse tachtiger nog immer trouw. Zijn stelregel: ,,Eens een Quicker altijd een Quicker.'' Zijn vader Jaap overleed in 1995 op 92-jarige leeftijd.

Terug naar Quick’s verjaardagsfeestje in 1950. Als de jubileumwedstrijd tegen Hercules gespeeld is, verplaatsen spelers en het Quick-bestuur zich naar café-restaurant De Wapenroem aan de Utrechtseweg voor een ‘eenvoudig’ etentje, zoals het feestprogramma voorschrijft. De Vandalist zou er ongetwijfeld een cursiefje aan hebben gewijd.

De gedenksteen ter herinnering aan de zeven in de oorlog omgekomen Quick spelers hangt al geruime tijd niet meer aan de muur van het kleedhok – dat na een brand is afgebroken. De plaquette, door de jaren heen grijs van kleur geworden, is bevestigd aan de muur van het paviljoen, vlakbij de ingang.

Dat er een gedenksteen is gekomen paste destijds in de geest van de club. Het is een mooie geste

Dat de namen van de gevallen Quickers duidelijk leesbaar zijn, is te danken aan Eric van Leeuwen. De clubman, ook al zo’n vijftig jaar lid, kon het na eigen zeggen niet aanzien dat de gedenksteen er verwaarloosd uitzag, en dat nota bene in het jaar dat Nederland viert dat het 75 jaar geleden werd bevrijd van de Duitse bezetting. ,,Zo’n gedenksteen moet er gewoon netjes uitzien’’, stelt Van Leeuwen.

En dus spoedde hij zich een paar maanden terug naar de verfspeciaalzaak om een pot rode verf en penseel te kopen. Vervolgens kleurde hij de letters met precisie in.

Tijdens de Quick jeugdvoetbalkampen, die doorgaans begin mei op het sportpark plaatshadden, werd tijdens dodenherdenking door de deelnemers altijd een moment van stilte gehouden voor de zeven omgekomen Quickers.

door Marcel Koch

Bronnen
www.herdenkingsstenenamersfoort.nl;
www.oorlogslevens.nl;
Archief Eemland;
Het Quick Nieuws.
Met speciale dank aan Jelle Leenknegt.

advertentie