Cathelijntje, Gerard, Jan en Jacobus Beeke voor het huis in de Trompstraat. Gerard overleefde als enige van de vier de granaatinslag op hun woning eind april 1945. De foto is gemaakt in 1939.
Cathelijntje, Gerard, Jan en Jacobus Beeke voor het huis in de Trompstraat. Gerard overleefde als enige van de vier de granaatinslag op hun woning eind april 1945. De foto is gemaakt in 1939. prive archief

Drie kinderen uit het gezin Beeke dodelijk getroffen bij granaatinslag

Historie 75 jaar vrijheid: de verhalen achter de monumenten

AMERSFOORT Dit jaar vieren we dat Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd van de Duitse bezetting. In 2020 willen we met de krant op allerlei manieren stilstaan bij dat gegeven. Met een serie over oorlogsmonumenten en de verhalen erachter. Maar ook met artikelen over andere herinneringen aan die ingrijpende periode 1940-'45.

Marcel Koch

Woensdag 25 april 1945. Bij het laatste bombardement in Amersfoort komen drie kinderen uit het gezin Beeke om het leven. Jan Gerard (roepnaam Jan, 15 jaar), Cathelijntje Geertruida (Lien, 13) en Jacobus Adriaan (Kobus, 10 jaar) hebben geen schijn van kans als een granaat op hun woning in de Trompstraat valt. Ze zijn, spelend in de achtertuin, op slag dood. Moeder Christiana Cornelia Jonkman-Beeke en haar jongste zoon Gerard Jan (roepnaam Gerard, 8 jaar) raken bij de inslag gewond. Het is niet de eerste keer dat het noodlot de familie Beeke treft. Bij aanvang van de Duitse invasie in de meidagen van 1940 stapt vader Adriaan Beeke, agent bij het Amersfoortse politiekorps, in Hoogland op een landmijn en verongelukt. Beeke, geboren in het Zeeuwse Kruiningen, is dan 44 jaar.

We hoorden een vreselijk geschreeuw en gegil. Het ging je door merg en been. Het werd stil op het gillen na. Mensen renden naar de schuilkelder.' (Uit het dagboek 44/45 van Gerard Jansen)

DAGBOEK Ten tijde van de dramatische gebeurtenissen woont Gerard Jansen (van 1925) met zijn ouders en broers in de Admiraal de Ruyterstraat (thans Witte de Withstraat) op nummer 86. Vanuit één van de bovenkamers aan de achterzijde van het hoekhuis heeft hij een goed zicht op de Trompstraat. Jansen, die vriendschappelijke omgang heeft met Jan Beeke, maakt in de laatste twee oorlogsjaren dagboekaantekeningen. Zo ook over die woensdag 25 april als het huis van de familie Beeke rond het middaguur vol door een granaat wordt getroffen.

Dat hij bijna vijftig jaar na dato pas zijn aantekeningen uitwerkt, is misschien wel veelzeggend. Hij heeft het lang verdrongen, denk ik

Lange tijd laat Jansen - na zijn huwelijk verruilt hij het ouderlijk huis voor een woning in de Trompstraat - zijn oorlogsnotities voor wat ze zijn. Maar als de Amersfoorter de gepensioneerde leeftijd heeft bereikt, werkt hij ze alsnog gedetailleerd uit. Hij voegt er tevens een voorwoord aan toe waarin hij onder meer schrijft: ‘Bij het lezen van de aantekeningen komen herinneringen boven, bepaalde gebeurtenissen zijn vergeten, misschien verdrongen.’ En ook: ‘Het is goed in deze tijd van weelde terug te kijken naar de armoede die wij in de oorlogsjaren kenden.’ Hij schrijft dit in maart 1993.

(Artikel gaat verder onder de video).


NIEUWSGIERIG Een jaar later overlijdt hij op 69-jarige leeftijd aan een hartstilstand, vertelt diens zoon Harrie Jansen die het oorlogsdagboek zo’n tien jaar geleden onder ogen krijgt. ,,Het was mij niet bekend. Ik kreeg het van de ene op andere dag van mijn moeder in mijn handen gedrukt’’, zegt hij in de achtertuin van zijn Leusdense woning. Aanvankelijk schenkt hij er nog geen minuut aandacht aan, tot dit jaar. ,,Ik was toch nieuwsgierig geworden. Tja, je wordt een jaartje ouder, krijgt meer vrije tijd en dan gaan je gedachten wat vaker terug naar vroeger. Nee, over de oorlog werd thuis met geen woord gesproken.’’ 

Zijn mond valt van verbazing open als hij over de granaatinslag in de Trompstraat leest, nota bene de straat waar hij als kind opgroeide. ,,Ik wist daar niks van. Misschien heeft mijn vader het ooit weleens verteld, maar is het niet tot me doorgedrongen. Mijn vader, een goedzak, was een man die altijd aan het studeren was en volledig in zijn werk opging. Hij werkte als chemicus bij de Nederlandse Kleurstof Industrie, gevestigd aan de Kleine Koppel langs de Eem. Of hij een trauma had overgehouden aan de granaatinslag, is mij niet bekend. Maar dat hij bijna vijftig jaar na dato pas zijn aantekeningen uitwerkt, is misschien wel veelzeggend. Hij heeft het lang verdrongen, denk ik.’’

STIL VAN Een week na onze ontmoeting is Harrie Jansen (66) terug in de Zeeheldenbuurt en gidst hij mij door de Trompstraat, alsof hij nooit is weggeweest. ,,Hier op nummer 82’’, wijst hij aan ,,ben ik opgegroeid. Ik heb er twintig jaar gewoond met mijn ouders. Fijne buurt, echt een volkswijk. Iedereen kende elkaar. Met de kinderen uit de straat speelde ik vaak bij de sloot langs het treinspoor achter de Witte de Withstraat. In de oorlog lag hier de liniedijk.’’ Vervolgens steken we schuin de straat over langs de geparkeerde auto’s naar de oneven nummers en houden halt bij nummer 81 – waar in 1945 de drie kinderen Beeke om het leven kwamen. Jansen: ,,Nu ik hier sta, word ik toch wel even stil.’’ Daarna loopt hij achterom de smalle poortgang in en werpt hij over de schutting een vluchtige blik op de tuin. ,,Goh wat klein, de kinderen konden geen kant op.’’

Zijn mond valt van verbazing open als hij over de granaatinslag in de Trompstraat leest, nota bene de straat waar hij als kind opgroeide

SCHROOM Gerard Beeke, het kind dat de inslag overleefde, keert ook terug in de Trompstraat. We schrijven een zonovergoten voorjaarsdag in 2008. Beeke is dan 71 jaar. Aangekomen bij huisnummer 81 aarzelt hij of hij moet aanbellen. Hij overwint zijn schroom. Nadat de voordeur open zwaait, vertelt Gerard tegen de bewoner des huizes in een paar minuten tijd dat hij in de oorlogsjaren als kind een aantal jaren op dit adres heeft gewoond en welk leed hem is overkomen. De bewoner is niet op de hoogte van de dramatische gebeurtenis en hoort het vol ongeloof aan. ,,Nee, Gerard is niet naar binnen geweest'', zegt Cees Beeke die Gerard vergezelde bij de terugkeer naar diens ouderlijke huis. ,,Het was een kortstondig gesprekje.''

(Artikel gaat verder onder de afbeelding).


Cathelijntje, Gerard, Jan en Jacobus Beeke voor het huis in de Trompstraat. Gerard overleefde als enige van de vier de granaatinslag op hun woning eind april 1945. De foto is gemaakt in 1939. - Privé archief

Cees Beeke (68) is de achterneef van Gerard Beeke. De dag van Gerards weerzien met de Trompstraat heeft hij nog scherp op het netvlies staan. Vanuit diens woonplaats Ter Aar zegt hij over de telefoon: ,,Gerard, met wie ik een goed contact onderhield, wilde per se het huis nog een keer zien en had mij gevraagd om met hem mee te gaan. Hij hoopte dat er nog enige herinneringen naar boven zouden komen zodra de voordeur op nummer 81 zou opengaan. Of dat ook het geval is geweest, weet ik niet. Daar heeft hij zich tegenover mij nooit over uitgelaten."

,,Ik weet wel dat het weerzien met de oude buurt hem niet onberoerd liet. Gerard was op de terugweg stil en maakte een terneergeslagen indruk. Ongetwijfeld spookte het verlies van zijn broers en zus op dat moment door zijn hoofd. En naar alle waarschijnlijkheid ook het tragische ongeval van zijn vader Adriaan aan het begin van de oorlog. Gerard en zijn moeder hadden nogal wat voor de kiezen gehad. Ik kan mij zo voorstellen dat het bezoek aan de Trompstraat hem niet in de koude kleren is gaan zitten.’’ 

Desondanks, herinnert Cees zich, veranderde Gerards gemoedstoestand ook weer snel. ,,Op een gegeven moment zei hij nuchter: Cees het is gebeurd, we kunnen er niks meer aan doen. We moeten verder. Dat typeerde hem heel erg. Het was geen man die lang in het verdriet bleef hangen. Maar ongetwijfeld zullen de trieste gebeurtenissen in de oorlog zijn verdere leven hebben beheerst.’’

'In de schuilkamer spraken de mensen over het ongeluk. Mijn gedachten dwaalden af naar leukere tijden. Jan Beeke, onze krullekop, ging altijd met ons mee. Verleden jaar nog dauwtrappen en fruit halen en nu, nu is hij dood.'
(Uit het dagboek 44/45 van Gerard Jansen).

GROTE INDRUK Gerard Beeke krijgt twee dochters. Eén daarvan, Christa geheten, woont al geruime tijd in Athene. Zij laat desgevraagd weten op de hoogte te zijn van de inktzwarte periode uit de vroege jeugdjaren van haar vader. Maar als ze de dagboekbeschrijving van Gerard Jansen onder ogen krijgt, emotioneert dat haar. ,,De passage uit het dagboek heeft grote indruk op mij gemaakt’’, schrijft ze per mail. ,,Het is toch anders om het relaas te lezen van een buitenstaander die alles gezien heeft. Zowel mijn vader als mijn oma heeft bij leven mij er nauwelijks iets over verteld. Zoals gezegd: mij zijn alleen de feiten verteld. Over de emotionele kant van het verhaal, lieten zij zich niet in hun ziel kijken.’’ 

(Artikel gaat verder onder de afbeelding).


Het dagboek van Gerard Jansen. - Marcel Koch

Dat haar vader en oma de inslag overleefden, kwam omdat zij zich vlakbij het huis bevonden, vertelt Christa (61). ,,Mijn vader heeft na het fatale voorval nooit naar de toestand van zijn broertjes en zusje gevraagd. Hij wist direct dat ze dood waren, zonder dat iemand dat ooit expliciet tegen hem had gezegd. Wat grote indruk op hem maakte, zo heeft hij mij ooit eens verteld, was dat toen hij en oma na de granaatinslag weer naar huis keerden: de ramen, de deuren en zelfs de vloeren volledig weg waren. Het was een ravage.’’

Na de bevrijding verlaten Gerard en zijn moeder noodgedwongen Amersfoort en keren terug naar de provincie Zeeland, naar de roots van de familie Beeke. Daar worden zij opgevangen in het gezin van Jacobus Beeke, de oom van Gerard. Christa: ,,Als overblijfsel van de oorlog had Gerard last van hongeroedeem en moest hij op advies van de dokter veel fruit eten. Zodoende heeft hij de hele zomer in de kersenboomgaard doorgebracht. Ook heeft hij lang gestotterd. Verder vond hij de inwoning bij zijn oom Jacobus niet echt geweldig. Hij had het gevoel dat hij genadebrood at. Mijn vader heeft zich altijd een buitenbeetje gevoeld in de familie Beeke, mede vanwege zijn afkeer van het gereformeerde geloof.’’

Mijn vader heeft na het fatale voorval nooit naar de toestand van zijn broertjes en zusje gevraagd. Hij wist direct dat ze dood waren

Cees Beeke beaamt dit. ,,Jacobus Beeke was zeer streng in de leer en liet duidelijk weten dat Gerard en zijn moeder van hem afhankelijk waren. Ze moesten naar zijn strikte regels en wetten leven. Gerard, maar ook zijn moeder, hadden daar moeite mee. In die periode heeft Gerard het geloof vaarwel gezegd.’’

NOOIT BOOS Na enige tijd krijgen Gerard en zijn moeder huisvesting in Kapelle. Gerard werkt tot zijn pensionering bij scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Hij overlijdt in 2012 op 75-jarige leeftijd in Goes. Zijn moeder Christiana Beeke, geboren te Axel, sterft in september 1981 op 74-jarige leeftijd. Christa: ,,Ik herinner mijn oma als iemand die nooit boos was en zelden verdrietig. Ik vermoed dat ze door al het persoonlijke leed dat haar tijdens de oorlog was overkomen, zich voorgenomen had om zich nooit meer druk te maken over iets of iemand.’’

Lezers die zelf een bijzondere herinnering koesteren aan de gebeurtenissen waar een lokaal oorlogsmonument aan memoreert of met een (familie)band met betrokkenen hiervan, zijn meer dan welkom om deze te delen via marcelkoch@mac.com. Wellicht leidt dit verhaal of deze anekdote tot een nieuwe publicatie.

(Deze serie kwam mede tot stand dankzij een bijdrage uit het fonds Projectsubsidies Journalistiek van de gemeente Amersfoort).

Harrie Jansen in de Trompstraat: 'Mijn vader was ooggetuige van de granaatinslag op het huis van Beeke. Hij rende na de klap direct de straat op.'
Het dagboek van Gerard Jansen.
Afbeelding
Moeder Christiana Beeke en haar zoon Gerard.
advertentie