
Felle discussie over interpretatie enquête asielbeleid Amersfoort
16 april 2026 om 16:19 PolitiekAMERSFOORT De presentatie van de enquête over nieuwe asielopvanglocaties heeft afgelopen woensdag geleid tot een felle discussie in de commissie Omgeving over de interpretatie van de resultaten. Vooral de manier waarop cijfers over houding tegenover vluchtelingen werden gelezen, zorgde voor stevige uitwisseling tussen Forum voor Democratie (FvD) en PRO Nederland (PRO).
door Tobias ten Böhmer
De enquête maakt deel uit van het participatietraject rond de uitvoering van de spreidingswet. Burgemeester Lucas Bolsius benadrukte dat het onderzoek één van meerdere stappen is in een zorgvuldig proces. „Feit is dat afgesproken is zorgvuldig een aantal stappen te zetten. Daar is de enquête een van de stappen.”
VERDEELDE STAD
Volgens onderzoeker Tom Geijsen (Populytics) laten de resultaten een duidelijk verdeeld beeld zien. „We zien dat een aanzienlijke groep het niet eens is met het plan, en een aanzienlijke groep juist wel.”
Voorstanders wijzen vooral op de verplichting om de spreidingswet uit te voeren. Tegenstanders noemen juist de druk op de stad. „De gemeente vangt al veel asielzoekers op, de ruimte is beperkt en de woningnood hoog”, aldus Geijsen. Ook leven er zorgen over overlast en veiligheid.
SCHAAL
Ondanks de verdeeldheid komt naar voren dat inwoners het op meerdere punten opvallend met elkaar eens zijn. Bijvoorbeeld over de schaal van opvang. De meeste inwoners geven de voorkeur aan kleinere locaties, of een combinatie van klein en groot.
Kleinere opvanglocaties worden volgens Geijsen gezien als beter beheersbaar. „Mensen geven aan dat je meer toezicht kan houden en excessen kan voorkomen.” Voorstanders van opvang noemen juist draagvlak en integratie als argumenten voor een mix van locaties.
Als richtlijn noemen inwoners aantallen van ongeveer 100 tot 150 plekken voor kleinere locaties en circa 300 voor grotere opvangplekken.
CRITERIA
Daarnaast staat de afstand tot bestaande woningen met stip bovenaan. Voor een meerderheid van de deelnemers is het belangrijk dat een opvanglocatie zo ver mogelijk van woonwijken ligt. Deze voorkeur leeft niet alleen sterk onder tegenstanders van het plan om meer asielzoekers te huisvesten, maar ook onder een groot deel van de neutrale groep.
Ook vinden inwoners het van belang dat er al een bestaand gebouw beschikbaar is dat kan worden ingezet voor opvang. Nieuwbouw of grootschalige ingrepen genieten duidelijk minder draagvlak.
Tot slot speelt de druk op voorzieningen een belangrijke rol. Respondenten geven aan dat scholen, zorg en andere voorzieningen in de omgeving voldoende capaciteit moeten hebben om eventuele opvang niet extra te belasten.
DISCUSSIE
Aanleiding voor discussie was een passage uit het onderzoeksrapport op pagina 86, waar Arjen Peeman (FvD)op wees. Volgens hem bleek daaruit dat een derde van de respondenten negatief kijkt naar vluchtelingen in Nederland.
Die lezing werd direct tegengesproken door Harmen Niemeijer-Scheffer (PRO). „Ik hoor dat hier wat desinformatie wordt verspreid”, stelde hij in de commissie. Volgens hem werd een deel van de cijfers uit het onderzoek uit verband gehaald.
Peeman begreep de commotie niet direct. „Op de vraag hoe men kijkt naar vluchtelingen in de Nederlandse samenleving reageert 68 procent negatief”, zei Peeman.
VERWARRING OVER SUBGROEPEN
Onderzoeker Tom Geijsen (Populytics) werd daarop gevraagd om duidelijkheid te geven over de cijfers. Hij benadrukte dat het genoemde percentage niet geldt voor alle deelnemers, maar voor een specifieke subgroep binnen het onderzoek.
„Dat is een uitsplitsing. Het percentage gaat over de groep die heeft aangegeven het helemaal oneens te zijn met de plannen van de gemeente”, legde Geijsen uit. „Dat is maar een gedeelte van de deelnemers.”
DISCUSSIE OVER REIKWIJDTE ONDERZOEK
Naast de interpretatie van cijfers kwam ook de opzet van het onderzoek zelf ter sprake. Peeman stelde dat het onderzoek onvoldoende ruimte laat voor bredere vragen over de komst van opvanglocaties, zoals de vraag of deze er überhaupt moeten komen.
Volgens Geijsen is dat bewust buiten de opdracht gelaten. „Wij hebben de opdracht gekregen om de gemeente te helpen bij het participatietraject rondom de spreidingswet”, zei hij. Het onderzoeksbureau heeft zich gehouden aan de kaders die de gemeenteraad destijds heeft gekozen.
PROCES
De zoektocht naar de nieuwe locaties zal in de komende maanden worden voortgezet. De respondenten zullen worden bevraagd over de presentatie van de cijfers en hierna zullen partijen hun meningen over de criteria van de locaties kunnen delen met het college.