Afbeelding
BDU

COLUMN

21 april 2025 om 21:49

Hoop in Kruiskamp

Natuurlijk is er van alles aan de hand. Op fatbikes rondcrossende jongeren (alsof die dingen net zo veilig zijn als loopfietsen voor peuters), de ophaaldienst die per ongeluk een auto-onderdeel van mijn buurman aanziet voor grofvuil, bussen die elkaar niet kunnen passeren zonder de spiegels van geparkeerde auto’s eraf te rijden op de Van Assenraadstraat, en tóch elk uur op hetzelfde tijdstip elkaar daar moeten kruisen. Dan heb ik het nog niet over de boom die stoeptegels omhoogduwt, waarop het antwoord luidde dat we dit zelf als buren moeten oplossen. Een misverstand, overigens. Het is namelijk een openbare stoep.

Dit zijn de kleine gedoetjes in Kruiskamp. Wonderwel leven we er vrolijk onder verder. We maken nog steeds praatjes met elkaar, besproeien elkaars planten als dat nodig is en bedenken nieuwe initiatieven, zoals een zitje in de tuin van de Adventkerk – bruikbaar voor iedereen. En ondertussen kun je daar nadenken over grote vragen van het leven: Wat geeft u hoop?

Het échte gedoe en de hoop vind je in de speeltuin Kruiskamp. 

Op een van de vele middagen die ik daar doorbreng met mijn twee kinderen, zat ik aan de rand van de zandbak. De zon scheen. De lucht was blauw.
Het begon allemaal met een schepje. Een rood schepje. Geen bijzonder exemplaar. Maar in de handen van een peuter het meest kostbare voorwerp op aarde. ‘Mijn schep!’, schreeuwde hij. Tegenover hem stond een meisje met een blonde staart en een vastberaden blik. ‘Ik had hem eerst!’, riep ze.
In de verte pauzeerden moeders hun gesprek en vaders rechtten hun rug. Een peutergevecht stond op het punt te beginnen.
Hij zette de aanval in. Niet fysiek – hij is pas drie – maar verbaal: ‘Jij bent een scheppenpakker!’ Het meisje keek hem vernietigend aan. ‘Anders ben ik nooit meer jouw vriend.’
Er viel een stilte. Ouders hielden hun adem in.

En toen gebeurde het. Het jongetje barstte in snikken uit. Het meisje bleef stokstijf staan. Toen, met de waardigheid van een vredesmissie, stapte ze op hem af en overhandigde het schepje. ‘Hier dan’, zuchtte ze. ‘En straks mag ik hem hebben. Samen spelen, samen delen.’ De jongeman nam het aan, snikte nog even na en zei zacht: ‘Oké.’
De vrede keerde terug in de zandbak van Kruiskamp. De ouders applaudisseerden niet – dat zou ongepast zijn – maar zag ik daar een trotse blik? En de moeders gingen verder met hun gesprek.

Als kleine kinderen vrede kunnen sluiten en hoop brengen in de speeltuin, moeten wij dat zeker kunnen. Wil je daar als volwassene eens over doorpraten? Ga kijken bij het bankje bij de Adventkerk. Misschien zie ik u daar. 

Jantien van den Brink