Peter Roubos zit relaxed in de hal van woonzorgcentrum Nieuw Avondrust aan de Van den Berglaan in Voorthuizen. Naast hem staan twee vitrines met daarin een aantal van zijn bouwwerken. ,,Of kunstwerken”, lacht hij, terwijl hij trots naar wat creaties wijst.

Door de coronamaatregelen is een gesprek op zijn kamer niet mogelijk, maar het lijkt hem niet te deren. ,,Ik kan hier ook prima vertellen. Moeilijk doen past helemaal niet bij mij”, zegt de senior.

PRIEGELWERK Hij woont sinds drie jaar in het verzorgingstehuis. De eerste anderhalf jaar nog samen met zijn vrouw. Daarvoor heeft het stel in Abbenes in de Haarlemmermeer gewoond. ,,Mijn vrouw kon na een beroerte niet meer thuis verzorgd worden”, vertelt hij. ,,Onze dochter woont in Barneveld. Ze had wel wat contacten hier in Voorthuizen. Op een gegeven moment kwam er voor ons een kamer vrij in Nieuw Avondrust. Ik moest gelijk beslissen, maar ben blij dat ik dat gedaan heb.”

Zijn vrouw was minder enthousiast over Voorthuizen. Dat emotioneert hem nog steeds. Hij stopt even met praten om de tranen te onderdrukken. ,,Anderhalf jaar geleden is ze overleden. Ze vroeg telkens wanneer we weer naar huis zouden kunnen. Ze vond het hier maar niks, maar het kon ook gewoon niet anders. Dat vind ik moeilijk. Nu nog steeds. Ook omdat ik het wel zo naar mijn zin heb hier.”

Zet mij in de gevangenis met knutselwerk en ik vermaak mij welIn totaal is Roubos ruim 67 jaar getrouwd geweest. ,,Mijn vrouw hield van borduren en ik van mechanische apparaten en knutselen. Dat kon prima naast elkaar bestaan." Hij moet lachen. ,,Borduren is eigenlijk ook een priegelwerk, nou dat zijn die bouwwerken ook wel.”

OVERBRUGGINGEN Een vrijwilliger komt ondertussen met zijn laatste bouwwerk aanlopen. ,,Voorzichtig hoor”, zegt Roubos snel. Het is een draaimolen die door houten spanningsoverbruggingen en elastiek aan elkaar wordt gehouden. ,,Er komt geen lijm of spijker aan te pas”, benadrukt hij. ,,Ik ontvang van het merk Ugears een bouwpakket. Daar zit alles in. Alleen als ik een keer een stukje hout breek, dan lijm ik het weer weer aan elkaar. Anders echt niet, ik speel niet vals.”

De draaimolen wordt door Vermeer op tafel gezet. In het hout zijn verschillende details te zien. Opvallend zijn de vele houten overbruggingen die in de creatie voorkomen. ,,Hier zitten misschien wel meer dan vijfhonderd losse stukken in”, vertelt Roubos, terwijl hij de molen oppakt. Hij friemelt wat aan de zijkant en de machine begint te draaien. Hij glundert. ,,Het is altijd leuk als iets het uiteindelijk helemaal doet.”

REPARATIEWERKPLAATS De fascinatie voor ingewikkelde apparaten zoals deze begon bij hem al op jonge leeftijd. ,,Mijn vader was fietsenmaker en ik knutselde al vaak in zijn zaak.” Na het voltooien van het lagere onderwijs begint Roubos zelf te werken. ,,Ik heb daarna mijn middenstands- en elektrotechniekdiploma behaald.”

Hij werd zelfstandig elektromonteur in de Haarlemmermeer. ,,Ik was de eerste die dat deed. Electra kwam op dat moment helemaal op. Ik had een reparatiewerkplaats waar ik van alles repareerde en was zodoende altijd al met techniek bezig. Het waren mooie tijden.”

Hij liet hij zich in 1951, als een van de eerste, bij Philips in Eindhoven onderwijzen over het nieuwe medium televisie. ,,Veel monteurs dachten dat de televisie een opwelling zou zijn en niet meer dan dat. Ik heb altijd gedacht dat dit hetgeen zou zijn waar we jaren later nog steeds naar zouden kijken. Ik had gelijk”, lacht hij.

,,Ik werk graag met mijn handen en vind het leuk om bezig te zijn en telkens weer wat nieuws te leren”, gaat Roubos verder. ,,De televisie is daar natuurlijk een voorbeeld van, maar ik vind de houten creaties die ik nu maak ook heel mooi. Ik werk per dag ongeveer drie uur aan een knutselwerk. 's Ochtends anderhalf uur en s’ middags anderhalf uur. Dat gaat prima en zo kan ik het goed volhouden.”

Artikel gaat verder onder afbeelding. 


Peter Roubos maakt momenteel een motorfiets. Op de achtergrond is de recent afgebouwde draaimolen te zien. - Foto: Pauw Media

MECHANISCHE REKENMACHINE Houten creaties is niet het enige dat Roubos heeft gemaakt. Hij stuurt de vrijwilliger weer naar boven om de replica van de eerste mechanische rekenmachine ter wereld te halen. Roubos begint vast te vertellen: ,,Tot mijn vijftigste ben ik monteur gebleven, daarna ben ik gevraagd om leidinggevende te worden in een nieuwe fabriek. Dat wilde ik wel, dus dat heb ik gedaan. Ik heb daar tien jaar gewerkt en kon op mijn zestigste met pre-pensioen. Toen begon ik mij eigenlijk een beetje te vervelen.”

Rond die tijd, in 1983, was de elektrische rekenmachine in aantocht. ,,Veel kantoren namen afscheid van hun mechanische rekenmachines. Die maakten veel lawaai en namen veel ruimte in beslag. Een elektrische was veel praktischer. Ik ben begonnen met het sparen van die mechanische apparaten. Ik scharrelde ze overal vandaan. Na tien jaar had ik er al ruim tweehonderd. Ook vond ik het leuk om er soms een op te knappen. De ervaring vanuit de techniek kwam goed van pas.”

Uiteindelijk staan er nu 48 replica’s van mijn hand in Duitsland, Canada, Australië, Groot-Brittannië en noem zo maar opOndertussen is er op tafel een groot houten apparaat komen staan. ,,Dit is dus een replica van de eerste mechanische rekenmachine ter wereld”, vertelt Roubos verder alsof het de normaalste zaak van de wereld is. ,,Ik had tijdens mijn verzameljaren al heel veel mede-verzamelaars van mechanische rekenmachines ontmoet. Sommigen wisten ook dat ik er soms wat repareerde. Op een dag vroeg een docent mathematica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam of ik de beroemde rekenmachine van de Duitser Wilhelm Schickard wilde namaken. Dat is de allereerste rekenmachine ooit. De docent had namelijk een schets in handen gekregen, maar kon hem zelf niet bouwen. Ik zei direct ja.”

KNUTSELWERKJE Uiteindelijk is dat gelukt. ,,Het was echt een priegelwerkje, maar daar houd ik juist van.” Bij dit ene exemplaar bleef het echter niet. ,,Dit was ook echt de allereerste replica die ik gemaakt heb”, zegt hij terwijl hij naar het apparaat op tafel wijst. ,,Die docent heeft de rekenmachine laten zien aan een kennis van hem. Hij heeft dat vervolgens weer verteld op een congres in Londen. Daarna is de bal echt gaan rollen. Er kwamen vanuit de hele wereld berichten of ik soms ook voor anderen zo’n rekenmachine wilde maken. Uiteindelijk staan er nu 48 replica’s van mijn hand in Duitsland, Canada, Australië, Groot-Brittannië en noem zo maar op.”

In totaal kostte het hem tien dagen om een rekenmachine te maken. ,,Onderschat het niet hoor, het is echt behoorlijk veel werk. Het apparaat bestaat uit allemaal tandwieltjes die naadloos op elkaar aan moeten sluiten. Ik veilde alles zelf af.” Heel moeilijk noemt hij het niet. ,,Ik denk dat iedereen het wel zou kunnen hoor. Je moet er gewoon de tijd in durven steken. Het is ook gewoon een knutselwerkje dat ik dan later voor 600 gulden per stuk kon verkopen.”

Rond 2000 heeft hij zijn indrukwekkende verzameling van ruim tweehonderd mechanische rekenmachines weer van de hand gedaan. ,,Ik was er op een gegeven moment wel weer klaar mee”, lacht hij. ,,Ik heb de meeste verkocht aan de universiteit van Bonn in Duitsland. Er kwam een dame van de universiteit langs. Ik zei tegen haar: ‘Zoek maar uit wat je hebben wilt.’'' Roubos begint te glunderen. ,,Ze heeft bijna alle bijzondere rekenmachines meegenomen. Die staan nu op de universiteit. Dat is wel een leuke gedachte.” Tegenwoordig heeft hij nog maar een paar machines gehouden.

De redactie selecteert, voor u, wekelijks een aantal belangrijke, spraakmakende of opmerkelijke verhalen uit de regio.

CORONA In Nieuw Avondrust is Roubos een bijzondere verschijning, maar veel reacties op zijn uitvind- en knutselwerk krijgt hij niet. ,,Ik ben behoorlijk op mijzelf en kan ook heel goed alleen zijn. Sommigen vinden dat een slechte eigenschap en misschien is dat ook wel zo. Ik heb niet zoveel contact met de buren en andere bewoners van dit complex.”

De coronaperiode, waarin bezoek van familie en vrienden bij het woonzorgcentrum niet mogelijk was, was voor Roubos niet heel moeilijk. ,,Ik ben het wel gewend.” Zijn rustige karakter typeert hem eigenlijk ook wel. ,,Al zouden ze mij in een gevangenis stoppen met wat knutselwerk, ik zou het niet erg vinden.”

Mijn vrouw hield van borduren en ik van mechanische apparaten en knutselen. Dat kon prima naast elkaar bestaanHoeveel houten creaties hij nog wil gaan maken, weet hij niet. Ik heb vier kinderen, negen kleinkinderen en veertien achterkleinkinderen. Ik wil graag alle kleinkinderen een bouwwerk cadeau doen, dus dan heb ik er 23 nodig. Ik ben ermee begonnen toen ik hier kwam wonen en denk dat ik er nu een stuk of vijftien heb. Ik mag dus nog wel even, maar ik vind het leuk om te weten dat de kleinkinderen straks iets van mij hebben om aan terug te denken.”

SCOOTMOBIEL Ook leert hij zich op deze leeftijd nog graag wat nieuwe dingen aan. ,,Ik lees graag op mijn e-reader en heb ook een tablet. Dat is makkelijk, want dan kan ik zo dingen opzoeken. Voor mijn verjaardag heb ik een scootmobiel gekregen, waarmee ik makkelijk hier in het huis naar beneden kan. Ik heb bijna zelf uitgezocht hoe dat werkte. Gewoon logisch nadenken.”

Roubos gebruikt dan wel een scootmobiel, verder is hij lichamelijk nog prima in orde, op zijn ogen en longen na. ,,Ik heb al sinds mijn geboorte bronchitis, dus ik ben altijd kortademig. Dat ben ik gewend, het voelt voor mij niet echt als een handicap. Mijn ogen worden wel steeds slechter. Dat is nog wel eens wat vervelend met het knutselen.”

Hij denkt dat hij in de komende jaren nog wel een paar werken kan afronden. ,,Knutselen is ook gewoon veel geduld hebben. Dat bezit je, of je bezit het niet.’’ Daar past ook nog een mooi gedicht bij, vindt Roubos, die de rijm vervolgens oplepelt. ’Geduld is zulk een schone zaak, om in een moeilijke taak, zijn oogwit uit te voeren. Dit zag ik laatst in onze kat, die urenlang gedoken zat, om op een rat te loeren. Zij ging niet heen voor zij de rat, gevangen, in haar klauwen had.’ Het is een werk van Hieronymus van Alphen, die leefde in de zeventiende eeuw. ,,Hier herken ik mij wel in”, zegt Roubos ter afsluiting. ,,Dat gedicht gaat misschien wel over mij. Dat vind ik best wel grappig. Mooi hè?”

door Rik Bronkhorst