Met ‘de natuur’ in de defensieve slachtofferrol. Pogingen van natuurbeschermers om de biodiversiteit nog enigszins veilig te stellen voor nieuwe generaties dreigden hopeloos schipbreuk te lijden onder een haast letterlijk verstikkende deken van verbindingen met het scheikundige element nitrogenium. Totdat de Raad van State het welletjes vond en er een stokje voor stak. En de overheid dwong tot het nemen van maatregelen die de stikstofuitstoot drastisch moeten beteugelen. Tot grote woede van onder meer ondernemers in de bouw, in de agrarische sector en in de mobiliteit.

De redactie selecteert voor u wekelijks een aantal aansprekende en belangwekkende verhalen uit de regio.

GLORIEUS OVERWINNAAR Als je maand na maand middenin zo’n verhit, maar deprimerend debat verkeert is het ook wel eens leuk om een andere werkelijkheid te zien. Die gedachte overviel me een tijdje geleden, toen ik na lange tijd weer eens een bezoek bracht aan De Schammer en het naburige Bloeidaal. De natuurzône nabij Stoutenburg, tussen Amersfoort, Leusden en Hoevelaken. De schoonheid van het gebied overviel me. De ontwikkeling die het gebied de afgelopen 10, 15 jaar heeft doorgemaakt is werkelijk ongekend. En ik kreeg het gevoel dat hier de natuur niet de geboren verliezer was, maar een glorieus overwinnaar! 

Hans-Peter Reinders, beleidsmedewerker Natuur & Milieu bij de gemeente Leusden, stopt middenin een zin. Hij staart met opgeheven vinger in de verte. ,,Hoor’’, zegt hij fluisterend: ,,Een Rietzangertje, denk ik.’’ Even later wijst hij op een klein vogeltje dat vliegensvlug over het wateroppervlak van een kleine plas water heen en weer schiet. ,,Een Oeverzwaluw. Zie je hem? Die broeden hier in een speciale betonnen wand die we voor ze gebouwd hebben. Leuk hè?’’ 

RETENTIEGEBIED We lopen ‘s morgens iets na achten door De Schammer. ,,Of De Schammerpolder, zoals het vroeger heette’’, legt Reinders uit. Het gebied kreeg -een paar jaar na het naburige Bloeidaal (zo heet het vergelijkbare natuurterrein op Amersfoorts grondgebied aan de overzijde van de Hessenweg in Stoutenburg)- de bestemming ‘retentiegebied’. In gewone mensentaal; een gebied waar rivierwater tijdelijk geborgen kan worden, als er meer deze kant op stroomt dan er via de Eem naar de Randmeren kan worden afgevoerd. Een berging die vooral moet voorkomen dat een stad als Amersfoort schade oploopt als gevolg van hevige wateroverlast. 

Een onafzienbare watervlakte creëerde een onwerkelijk beeld van het gebied

Ik herinner me dat het gebied -toen nog volledig agrarisch-  in de jaren tachtig, negentig van de vorige eeuw twee keer overstroomde. Als aanstormend verslaggever maakte ik destijds een fotoreportage van het ondergelopen gebied. Een onafzienbare watervlakte creëerde een onwerkelijk beeld van het gebied. Je waande je eerder in Loosdrecht dan in Stoutenburg. 

WATEROVERLAST ,,Die functie had het altijd al’’, vertelt Hans Peter Reinders. ,,Maar met de wateroverlast in 1995 (waarbij 250.000 mensen uit het Gelderse rivierengebied moesten worden geëvacueerd door acuut overstromingsgevaar) is het besef gekomen dat we anders met onze waterberging moeten omgaan.’’ Het groeiende inzicht dat ook de veranderingen in het klimaat de kans op wateroverlast vergroot, maakte de urgentie daarvan eens te meer duidelijk. 

Het leidde in 2007 tot het landelijke project ‘Ruimte voor de rivier’ waarbij werd ingezet op het maken van buffers waarin grote hoeveelheden overtollig water tijdelijk kunnen worden opgeslagen, om daarmee het gevaar voor overstromingen drastisch te beperken. 2007 Is ook het jaar waarin het Amersfoortse natuurgebied Bloeidaal onder beheer van het Utrechts Landschap kwam. In 2011 volgde de aanleg van De Schammer. 

SUBSIDIE ,,De Schammer is mede dankzij subsidie van de Europese Unie tot stand gekomen’’, vertelt Hans Peter Reinders. In het gebied, dat daarvoor vooral in gebruik was als boerenland, kwamen natuurontwikkeling en recreatie op de eerste plaats. De Schammer is nu deels eigendom van de gemeente Leusden en deels van het Utrechts Landschap. 

,,Dat kun je ook goed zien’’, doceert Reinders als we door het gebied lopen. In het deel waar de gemeente Leusden de scepter zwaait, prevaleren de recreatieve doeleinden. Tussen de meanderende asfaltweggetjes in de directe omgeving van het hockeycomplex, waarop het heerlijk wandelen, fietsen en skeeleren is, liggen strak geschoren gazonnetjes. Prima voor de recreant die er wil picknicken of vliegeren, maar met natuur heeft het niets te maken. Reinders: ,,Hier wordt eens in de twee weken gemaaid. Bloeiende planten krijgen hier geen schijn van kans.’’ 

(Artikel gaat verder onder de afbeelding).


Bloeidaal in het Amersfoortse deel van het gebied. De natuur geeft een beeld van hoe De Gelderse Vallei er vroeger op veel meer plaatsen uitzag. - Daan Bleuel

NATUURONTWIKKELING Hij laat ook zien dat in het Leusdense gedeelte de toplaag van de grond, die lange tijd agrarisch in gebruik was, niet is afgegraven. Dit in tegenstelling tot het deel waar Utrechts Landschap heeft ingezet op natuurontwikkeling. Langs de oevers van een plas in het gebied schieten brandnetels hoog op. Kleefkruid slingert er doorheen. ,,Aan die soorten kun je zien dat de grond hier heel voedselrijk is. Dit zijn stikstofminnende planten’’, weet Reinders. Vanuit het standpunt van divers natuurbeheer misschien niet het meest interessant. Reinders: ,,Aan de andere kant; de mooiste vlinder van Leusden, de Dagpauwoog, legt zijn eitjes op de brandnetel.’’

We lopen inmiddels het deel van het gebied binnen waar Utrechts Landschap het beeld bepaalt. Om de natuur -en dan met name natuur die het moeilijk heeft- een kans te geven werd de toplaag van de bodem afgegraven. ,,Dan wordt het lager en dus natter’’, legt Reinders uit: ,,Maar ook minder voedselrijk, waardoor zeldzame soorten een kans krijgen.’’ Hij staat stil en plukt een blad in de berm die we passeren. ,,Kijk, Smalbladige Weegbree. Duidelijk een soort die de voorkeur heeft voor voedselarme gebieden. Als er meer stikstof in de grond komt, wordt zo’n soort meteen door grassen verdrongen.’’ Zijn blik valt op een klaver. ,,Nog zo’n indicator van voedselarme omstandigheden. Klaver behoort tot de plantensoorten die stikstof uit de lucht kunnen binden.’’

Bij de ontwikkeling van een nieuw natuurgebied probeer je zoveel mogelijk zônes te creëren

NAT GRASLAND We naderen de kern van het gebied. Nat grasland, waar zich -zeker voor de argeloze bezoeker- misschien wel de meest spectaculaire ontwikkelingen voordeden. ,,Voor de natuur zijn overgangszônes het meest interessant. Dus bij de ontwikkeling van een nieuw natuurgebied probeer je zoveel mogelijk van die zônes te creëren. Van hoog naar laag, van nat naar droog, van voedselrijk naar voedselarm, van open naar gesloten. Dat levert de grootste biodiversiteit op.’’

Opvallend zijn -naast de Grote Ratelaar die hele stroken in het landschap fletsgeel kleurt- de orchideeën die inmiddels in flinke aantallen voorkomen. ,,Waarschijnlijk de Gevlekte Orchis, de Rietorchis en kruisingen daarvan. Ze zijn niet makkelijk te determineren. De moeilijkheid met veel orchideeën is dat ze in symbiose leven met een schimmel in de bodem’’, vertelt Reinders. ,,Zaad en goed bodemomstandigheden alleen zijn niet voldoende.’’ Hij wijst erop dat bij de ontwikkeling van het gebied wel is geprobeerd de natuur een handje te helpen. ,,Wij hebben hier bijvoorbeeld maaisel neergelegd uit gebieden waar ook orchideeën voorkomen. In de hoop de omstandigheden te verbeteren. Maar dat is niet op basis van wetenschappelijk onderzoek gebeurd. Meer vanuit een onderbuikgevoel.’’

KNNV Reinders wijst op een grootschalig onderzoek dat de regionale afdeling van de KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging) onlangs onder leiding van Leusdenaar Arie van den Bremer in het gebied deed. ,,Ze vonden hier wel 1.000 soorten planten, dieren en insecten. Best spectaculair’’, vindt Reinders. Hij relativeert het ook weer: ,,De Schammer is één van de meest onderzochte gebieden in Leusden. En als je goed zoekt, vind je ook het één en ander.’’ Hij geeft het voorbeeld van de Kempense Heidelibel, een uiterst zeldzaam insect. ,,Die is hier de afgelopen jaren gezien’’, weet Reinders. Volgens het onderzoek was dat in 2019 helaas niet (meer) het geval.

(Artikel gaat verder onder de afbeelding).


Fietspad door natuurgebied De Schammer. - Daan Bleuel

,,Maar doordat het gebied verandert, veranderen ook de soorten die hier voorkomen’’, gaat Reinders verder. ,,In het begin hadden we hier veel Tureluurs. Logisch; dat is een echte weidevogel. je ziet hem nog wel, maar lang niet meer zoveel als toen.’’ In het open veld zijn duidelijk allerlei jonge boompjes te zien. ,,Als  je de natuur zijn gang zou laten gaan, wordt het hier vanzelf bos. Maar dat gaat wel ten koste van de soortenrijkdom.’’ Reinders vertelt dat het Utrechts Landschap het terrein zo beheert dat het open blijft. ,,Aan het eind van het seizoen, als alle planten gebloeid hebben en hun zaden gerijpt zijn, wordt het hier gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd, om te voorkomen dat de bodem te voedselrijk wordt.’’

BEDREIGING Er is nog veel meer te vertellen over het natuurgebied aan de rand van Leusden dat zich zo spectaculair ontwikkelde. Bijvoorbeeld over de bedreiging door de plannen om het verkeersknooppunt Hoevelaken aan te pakken. ,,Dat zal betekenen dat er een hele strook van dit gebied wordt afgesnoept’’, zegt Reinders. Hij kijkt naar een wal langs de snelweg waar een muur van Japanse Duizendknoop het decor vormt. ,,En dat moet wel gecompenseerd worden. De vraag is alleen; komt dat ten goede aan dit gebied? Want daar zullen misschien weer boeren voor moeten worden uitgekocht.’’

Volgens de informatieborden van Het Utrechts Landschap die her en der in de gebieden staan, zijn Bloeidaal en De Schammer voorbeelden van natuur zoals die in het verleden in dit deel van de Gelderse Vallei heel gewoon was. Dat brengt Reinders aan het eind van de wandeling tot een haast filosofische overdenking. ,,Na de laatste ijstijd was ons hele land oerbos’’, weet Reinders. ,,De komst van de mens, een paar duizend jaar geleden, heeft ervoor gezorgd dat de biodiversiteit sterk toenam. Er waren bosjes voor hout, akkers waar groente werd verbouwd en plekken waar we het vee lieten grazen. Al die activiteiten bevorderden de mogelijkheden voor planten en dieren om zich te ontwikkelen. Landbouw en natuur gingen hand in hand en versterkten elkaar, zou je kunnen zeggen.’’

VERSTOORDE BALANS Pas na de Tweede Wereldoorlog raakte die balans verstoord. Reinders: ,,Door de mechanisatie (de introductie van zwaar materieel in de landbouw), de schaalvergroting die Mansholt nastreefde en de toegenomen efficiency, mede door middel van de toepassing van kunstmest, zijn de landbouw en de natuur los van elkaar geraakt. Maar we zien symptomen dat dat systeem vast begint te lopen. Ik denk dat het goed zou zijn als we gingen nadenken hoe we die twee weer met elkaar kunnen verbinden.’’

door Daan Bleuel