Je moet goed zoeken om eikenprocessierupsen te vinden. Doorgaans zitten ze hoog in de boom, vertelt Jurriën van Deijk, onderzoeker bij de Vlinderstichting. ,,De volwassen eikenprocessierups is een onopvallende, middelgrote nachtvlinder. In de herfst legt het vrouwtje een paar honderd eitjes in de kruin van een eik, in pakketjes van tientallen bij elkaar. In het voorjaar komen ze uit, waarop de jonge rupsen beginnen met knoppen eten. Als de bladeren uitlopen, gaan ze daaraan verder.”

Het jonge blad is mals en voedzaam, maar naarmate de rupsen groeien kunnen ze ook het oudere blad goed hebben. Het lastige is alleen dat hun huid niet meegroeit. Zo gebeurt het meerdere keren dat de rupsen bijna letterlijk uit hun vel springen. De huidjes blijven op een kluitje in de boom hangen in een spinnewebachtig nest, dat er op den duur vaak uit waait.

Eikenprocessierupsen springen bijna letterlijk uit hun vel

OPTOCHT ,,Na de eerste vervelling hebben ze al hun kenmerkende kleuren'', vervolgt Van Deijk zijn verhaal. Zwarte band over de rug, lichtgrijze flanken. ,,Na de derde vervelling, vanaf half mei, gaan ze aan de wandel door de boom, soms ook naar een andere boom. In een optocht, waar ze hun naam aan danken. Onlangs is ontdekt dat ze elkaar volgen door een bepaalde stof uit te scheiden.''

,,Tegelijk krijgen ze dan hun beruchte brandharen, slechts twee millimeter groot, verstopt tussen de ongevaarlijke lange haren. Elke rups heeft wel 700.000 brandhaartjes.” Maar het wordt nog erger: als ze zich bedreigd voelen schieten ze de met gif gevulde haartjes af op hun belager. Talloze haartjes, die jaren werkzaam blijven, blijven achter in het nest waarin de rupsen vervellen, vooral voor de verpopping rond begin juli. Tegen het einde van de zomer verschijnen de vlinders en begint het weer van voren af aan.

MEELDAUW Uit onderzoek blijk dat dertig procent van het aantal niet preventief bespoten inlandse eiken 'besmet' is met eikenprocessierupsen. Dat is veel, maar minder dan vorig jaar, toen het maar liefst om 55 procent ging. De oorzaak lijkt te zijn dat door de warmte en droogte eiken last kregen van meeldauw, die het blad oneetbaar maakte, waarop de processierupsen de grond in kropen om in rust te gaan of te verpoppen.

Opmerkelijk is dat de rupsen pas sinds een paar jaar van zich doen spreken. De soort kwam vroeger al zeldzaam in Nederland voor en verdween door onbekende oorzaak. In 1991 werd de processierups in het zuiden van het land herontdekt en vooral na 2005 begon de opmars in noordelijke richting, hoewel de aantallen flink wisselen en vooral in warme, droge jaren hoog schijnen te zijn.

LANCERING Dicht bij het dertienpadenpunt in het Schaffelaarsebos in Barneveld zit een rupsennest laag tegen de stam. Volgens Wikipedia blijven de rupsen zo overdag uit de zon, waarna ze in de avondschemering weer in processie omhoog klimmen om zich de hele nacht tegoed te doen aan eikenblad. Nu kruipen ze rustig door en over het spinselnest vol vervellingshuidjes. Ze lijken zich veilig te voelen; de vogels hebben hen nog niet ontdekt. Dat is vermoedelijk slechts een kwestie van tijd, want op allerlei plaatsen wordt melding gemaakt van vogels - mezen, spreeuwen, koekoeken - die korte metten maken met de rupsen. Koolmezen hebben zelfs ontdekt hoe ze de brandharen onschadelijk kunnen maken: door de rups tegen een tak te slaan lanceert die de haartjes, waarna hij veilig door een mezenjong kan worden opgepeuzeld. Het dichte verenpak van de volwassen vogel is er blijkbaar tegen bestand.

Daarnaast worden de rupsen aangevallen door sluipvliegen en -wespen. Van Deijk adviseert daarom te zorgen voor een afwisselende vegetatie waarin natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups gedijen, in plaats van het inzetten van bacteriepreparaat XenTari dat ook de ontelbare andere rupsen in eikenbomen doodt. ,,Geef de natuur de kans het probleem zelf op te lossen.”

Door Kees van Reenen

Kees van Reenen
Foto: Kees van Reenen
Klein spinselnest met eikenprocessierupsen tegen jonge eik in het Schaffelaarsebos.
Jurriën van Deijk
Foto: Jurriën van Deijk
Volwassen vlinder van de eikenprocessierups, alleen de verwante grijsbandspanner lijkt erop.