Donderdag 3 april 2020
Onderweg naar mijn werk realiseer ik me dat veel mensen vandaag weer noodgedwongen thuiszitten. Ik vind het bepaald geen straf om een 'vitaal beroep' te hebben; integendeel. Ik ervaar het als zinvol. ,,Mijn werk is erg waardevol voor me'', zei een collega tegen me. ,,Maar wat er bovenuit gaat: de bewoners hebben ons hard nodig. Het is belangrijk om hen de gezelligheid, individuele aandacht en liefde te geven, die ik vóór de crisistijd ook gaf.'' Ik vond het een mooie uitspraak van die collega, die trouwens veel op haar bordje krijgt: haar zoon heeft autisme. Hij gedijt het beste bij een goede dagbesteding, met een vaste structuur. Hoe krijgt ze dat voor elkaar, nu hij noodgedwongen thuis is en zijn moet werken? Daarbij heeft ze zelf een kwetsbare gezondheid. ,,Zolang het gaat, verleg ik toch mijn grenzen'', zegt ze monter. Ik kom dat meer tegen: collega's die zich door de crisis laten uitdagen om er nog een schepje boven op te doen.

Lees hier afleveringen 1 en 2.

De receptioniste van de Kopershorst houdt een oogje op de sluisHet vraagt flexibiliteit, maar ook collegialiteit. Bijvoorbeeld door soepel een dienst te ruilen met een collega die twee jonge kinderen heeft; zodat ze thuis kan zijn als haar vriend moet werken. Laatst waren haar kids allebei snotterig; het was nog voordat iedereen thuis moest blijven. Stond ze daar om half 8 bij het kinderdagverblijf, maar ze mochten niet binnen… Wat een stress. De receptioniste van de Koperhorst houdt een oogje op 'de sluis', waar familieleden van cliënten boodschappen, kaarten en bloemen afgeven.

Soms komen bewoners naar de hal, om op afstand naar hun familie te zwaaien. Aangrijpende beelden, die geëmotioneerde mensen. ,,Toen ik laatst spulletjes kwam brengen, werd m'n mams even naar beneden gebracht en konden we elkaar – gescheiden door een raam – even een knuffel geven'', mailt een familielid. ,,Ondanks alles voelde het even als echt. Nog een paar weken, dan bereikt ze de gezegende leeftijd van 91, hopelijk in goede gezondheid.'' 

Een kleindochter vertelt door de telefoon dat het 'heel dubbel' aanvoelt: aan de ene kant heeft ze meer rust, omdat ze weet dat haar opa door de maatregelen minder kans loopt ziek te worden. Aan de andere kant maakte ze zich zorgen, want hoe zal hij reageren, nu hij geen visite meer mag ontvangen? De kleinkinderen sturen kaarten; ze hebben een roostertje opgesteld, zodat hij bijna elke dag wat krijgt.