Dinsdag 24 maart
Verbazingwekkend hoe opgeruimd de meeste bewoners de situatie ondergaan. Vandaag werk ik op de afdeling 'wonen met zorg', waar relatief zelfstandige ouderen verblijven. Wat meteen opvalt: de hele wand van de huiskamer hangt vol met kaarten. Het is een reactie op een oproep van een collega, nadat bekend was geworden dat het huis 'op slot' ging. Haar verzoek aan familie en vrienden het verzoek bewoners een kaartje te sturen ging viraal en dit was het gevolg. De kaarten worden voorgelezen aan bewoners en gaan van hand tot hand. Een plaatselijke supermarkt heeft stroopwafels bezorgd.

Lees hier deel 1 en hier deel 3 van Daniëlle van Kuiken's inkijkje de Koperhorst

Eén van de bewoonsters heeft op haar kamer een privé-verzameling kaarten en tekeningen. ,,Van mijn kleinkinderen", zegt ze trots. Eén van de kleinkinderen heeft zelfs een boekje gevouwen, met teksten en tekeningen. De telefoon staat roodgloeiend. ,,Meteen als ik het ene gesprek heb afgerond, belt een ander." Er staat een grote bos bloemen op tafel. ,,Die stuurden de kinderen. Het lijkt wel of ik jarig ben!"

De oorlog is voor veel bewoners een referentiepunt, in de gesprekken over de crisis. Toen had je helemaal niks,,Zonder kapper voel me wel ongelukkiger", vertrouwt een oudere dame me toe. ,,Mijn haar zit minder goed dan normaal", zegt ze met een glimlach. Schrale troost: er zijn geen bezoekers die het zien. De directie heeft een dringend beroep gedaan op de bewoners om binnen te blijven. Normaal gesproken mogen de ouderen van deze afdeling gaan en staan waar ze willen, maar nu houden ze zich aan het advies. Het balkonnetje biedt voor sommigen ook uitkomst om toch even een frisse neus te halen. Anderen kijken tv, zijn in de weer met kleurplaten of lezen de krant. De oorlog is voor veel bewoners een referentiepunt, in de gesprekken over de crisis. ,,Toen had je helemaal niks. Je sliep met z'n dertienen in een kamer. Vergelijk dat eens met nu: we hebben te eten en te drinken, we kunnen telefoneren, en we leven in een vrij land."

Vrijdag 27 maart
In de lift ontmoet ik een oudere bewoonster. ,,Ik heb met m'n dochter gekletst", vertelt ze. ,,Via zo'n scherm." Het blijft onwennig, zeker voor de groep ouderen met dementie, waar ik vandaag mee optrek. ,,Heb jij mijn dochter gezien?" vraagt één van hen. Ik leg haar uit dat de kaart die voor haar staat, afkomstig is van de dochter die nu vanwege het virus niet op bezoek kan komen. ,,O ja. Een virus. Dat moet je ook maar net weten." Ze heeft geen idee dat het in alle gesprekken binnen en buiten de muren van dit gebouw bijna alleen maar over corona gaat…

De ouderen hebben niets te klagen over aandacht van buiten het huis,,Kom, geef me een kus", zegt een mevrouw. Dat kunnen we nu beter even niet doen. Het lukt in de verzorging nauwelijks om de 1,5-meter-afstand-richtlijn te respecteren. Als je een cliënt moet helpen met aankleden bijvoorbeeld. Maar een spontane knuffel, dat gaat nog weer een stap verder. De ouderen hebben niets te klagen over aandacht van buiten het huis. Vandaag zijn er tulpen gekomen, voor elke bewoner. Terwijl we ze in vazen zetten, praten we over het virus. ,,Het doet denken aan de Spaanse griep ooit." Ja, daar hadden de ouders van een bewoonster wel mee te
maken gehad. ,,Daarom zeggen ze soms dat iemand het 'Spaansbenauwd' heeft", vertelt iemand.
Weer wat geleerd.

Om wat afleiding te bieden lak ik de nagels van een bewoonster. De kapper en de pedicure komen niet, in deze periode. Op de interne mail gaat een oproep rond of iemand uit de verzorging misschien een pedicure-achtergrond heeft.

Het café beneden in de hal, waar we weleens met bewoners wat te eten halen, is gesloten. Maar de keuken van de Koperhorst biedt soelaas. We halen er bitterballen, om deze ongewone week af te sluiten. Met een wijntje en een glaasje advocaat. Een van de bewoonsters die net is geopereerd en op bed ligt, belt via een videoverbinding met haar familie. Ze heeft nog weinig energie. Ze zwaait. 
Alles bij elkaar denk ik dat deze crisis voor familieleden zwaarder is dan voor de bewoners.