Lioe-Ting Dijkhorst- Oei (linksboven), internist in Meander Medisch Centrum, deed samen met haar zus (midden), nucleair geneeskundige in LUMC, onderzoek naar diagnose schildklierkanker.
Lioe-Ting Dijkhorst- Oei (linksboven), internist in Meander Medisch Centrum, deed samen met haar zus (midden), nucleair geneeskundige in LUMC, onderzoek naar diagnose schildklierkanker. Familie Oei

Unieke samenwerking van twee zussen naar diagnose schildklierkanker

Gezondheid-MeanderMC

Lioe-Ting Dijkhorst- Oei, internist in Meander Medisch Centrum, heeft onder andere samen met haar zus, nucleair geneeskundige in LUMC, onderzoek gedaan naar de diagnose van schildklierkanker. Deze samenwerking was succesvol: met behulp van een PET/CT-scan van de schildklier kan beoordeeld worden of een knobbel goed- of kwaadaardig is, waardoor er 40% minder overbodige operaties plaatsvinden. Beide zussen maakten deel uit van een groot researchteam waarin academische en topklinische ziekenhuizen samenwerkten. 

Internist Lioe-Ting Dijkhorst-Oei is vaatspecialist in Meander, maar neemt ook deel aan het spreekuur van de endocrinologen. Tijdens een multidisciplinair overleg met de endocrinologen kwam er een onderwerp ter sprake dat haar aan haar zus deed denken. Lioe-Ting Dijkhorst-Oei vertelt: “Mijn zus is nucleair geneeskundige, destijds in Radboudumc, en ik wist dat zij op dat moment bezig was met het opzetten van een onderzoek rondom de diagnose van schildklierkanker. Daarover heb ik direct contact met haar gezocht en Meander bleek veel patiënten te zien die goed binnen dit onderzoek zouden passen. Het leek ons een interessant onderzoek, waar onze patiënten veel aan kunnen hebben, dus daarom heeft Meander besloten om deel te nemen. Samen met acht academische ziekenhuizen hebben wij een paar jaar aan dit onderzoek meegewerkt. Meander heeft, samen met Amsterdam UMC (locatie VUmc), waar ik een aanstelling voor één dag per week had, en LUMC, de meeste patiënten geïncludeerd voor dit onderzoek en dus een mooie bijdrage kunnen leveren.”

Diagnose schildklierkanker

Het onderzoek richt zich op de diagnose van schildklierkanker. Dijkhorst-Oei vertelt: “Ongeveer één op zeven mensen krijgt een knobbel op de schildklier. Dit hoeft niet meteen kwaadaardig te zijn. Slechts 1/20 hiervan is kwaadaardig. Om te onderzoeken of een knobbel goed- of kwaadaardig is, wordt er eerst een echo gemaakt en een punctie gedaan. Bij twijfel over de uitslag van deze punctie wordt uit voorzorg via een operatie de helft van de schildklier verwijderd. Een ingrijpende ingreep die achteraf niet altijd nodig blijkt te zijn. Wij hebben onderzocht of we met behulp van een PET/CT-scan kunnen beoordelen of een knobbel goed- of kwaadaardig is. Als er na de echo en punctie twijfel is, gaan patiënten nu eerst door de scan. Op de scan, die alleen van de halsregio gemaakt wordt, kunnen we zien of de knobbel veel suiker opneemt. Als dat het geval is, dan zijn de cellen actief en kan dat wijzen op kwaadaardige cellen. Kankercellen verbruiken namelijk veel energie en hebben brandstof nodig in de vorm van suiker (glucose). Patiënten krijgen voor de scan een kleine hoeveelheid radioactief glucose toegediend. Als we zien dat de cellen veel suiker opnemen, dan is vervolgonderzoek nodig. Maar als de cellen géén suiker opnemen, dan weten we zeker dat het goedaardige cellen zijn en dat er dus geen operatie nodig is. Dankzij deze uitkomsten vinden er 40% minder onnodige operaties plaats. Dat is natuurlijk fijn voor de patiënt en daarnaast bespaart het veel geld.”

Onderzoek in Meander

Lioe-Ting Dijkhorst-Oei vindt het belangrijk maar vooral ook leuk om onderzoek te doen: “Ik kom uit een echte geneeskunde-familie. Mijn vader was eerst internist maar werd later nucleair geneeskundige, net als mijn zus nu is. Mijn moeder is acupunctuur-specialist en mijn jongere broer heeft zowel een doctoraal in de geneeskunde als in de natuurkunde. Wij vinden allemaal zowel de geneeskundige zorg als het doen van onderzoek interessant. Begin jaren ’90, toen ik nog co-assistent was, heb ik mijn moeder al geholpen bij het schrijven van een onderzoekssubsidieaanvraag. De vakgroep waarbinnen ik nu werk is erg onderzoekminded en vindt het ook leuk om samen met andere ziekenhuizen onderzoek te doen. Meander staat bekend als een ziekenhuis dat veel patiënten kan includeren en regelmatig zijn we na deelname aan het ene onderzoek weer in beeld voor een volgend onderzoek. De klinische consequenties van een onderzoek zijn vaak ook meteen te merken op de poli. Zo zijn de richtlijnen rondom de diagnostiek van schildklierkanker nog niet aangepast, maar doordat wij deelgenomen hebben aan het onderzoek denken we in Meander eerder aan een scan en handelen we ook al naar de uitkomsten. Daar hebben onze patiënten dus ook profijt van.” 

Meander vervult belangrijke rol in wetenschappelijk onderzoek

Meander is een topklinisch STZ-ziekenhuis. Daarom is er binnen Meander, voor zowel artsen als verpleegkundigen en andere zorgprofessionals, ruimte voor het doen van wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek is belangrijk voor de professionele ontwikkeling van de zorgverleners en het draagt primair bij aan betere patiëntenzorg. STZ-ziekenhuizen zoals Meander vervullen een belangrijke rol in medisch wetenschappelijk onderzoek. Soms betreft het eigen onderzoek, maar de onderzoeken vinden veelal plaats in samenwerking met universitaire medische centra. Gezien de aard van de patiëntenpopulatie en het grote aantal patiënten dat Meander ziet, is het ziekenhuis bij uitstek geschikt voor participatie in grootschalig multicenter onderzoek. Daarom neemt Meander zeer regelmatig deel aan grote onderzoeken die door een universitair ziekenhuis zijn opgezet. Er lopen op dit moment een aantal veelbelovende onderzoeken waaraan Meander deelneemt. Daarover later meer.

advertentie