L’hoëst: Portugese maannachten, Hollandse hemelbeelden

Cultuur

In de vorige afleveringen kon u lezen dat Engelbert L’hoëst zijn ouders nooit heeft gekend, door pleegouders werd opgevoed en op zijn 17e in de leer ging bij de Soester schilder Alexander Sleeswijk, die in de Oorlogwinter van honger omkwam. Na de dood van Sleeswijks huisgenote, Theodora Wijn, in 1958, erfden Engelbert en zijn vrouw Rie de atelierwoning aan de Eng (Villa Pictura). Kerst 1959 brandde de villa volledig af en verloor Engelbert L’hoëst ook het grootse deel van zijn tot dan toe opgebouwde oeuvre. Hij maakte een jaar later een nieuwe start in Soesterberg aan de Montgomeryweg, waar honderden schilderijen en werken op papier tot stand zouden komen in de bijna vijftig jaar die hij er zou wonen en werken.

AMERSFOORT - In een serie artikelen voor De Stad Amersfoort schetst Onno Maurer, conservator van Museum Flehite, het kleurrijke en enerverende leven van de Amersfoortse schilder Engelbert L’hoëst (1919-2008). L’hoëst werd op 15 september 1919 in de Coninckstraat geboren, vlakbij Museum Flehite, waar nu twee jaar na zijn dood een grote overzichtstentoonstelling is te zien (nog t/m 27 maart). door Onno Maurer Hoofd museum Flehite/conservator

De reislustige schilder deed na de oorlog inspiratie op in Brussel, Antwerpen en Parijs. Zijn grote voorbeelden waren de Vlaamse en Duitse expressionisten, James Ensor en vooral Vincent van Gogh. L’hoëst verbleef in de jaren zestig tot tachtig afwisselend in Soesterberg, Brussel, Parijs en in zijn tweede huis in Carvoeiro in de Portugese Algarve.

Vanaf de jaren negentig nam het reizen af, zijn werklust echter niet: hij heeft tot enkele weken voor zijn dood doorgewerkt aan een rijk en bijzonder veelzijdig oeuvre.

Zon als rode draad

Wie de tentoonstelling in Museum Flehite bezoekt, zal het opvallen in hoeveel stijlen L’hoëst zich heeft uitgedrukt. Er is figuratief werk te zien, dat aan de verbeelding niets overlaat, naast abstracte composities of vrije verbeeldingen in dikke klodders en slierten felgekleurde olieverf, die ver verwijderd lijken te zijn van een link met de reële, zichtbare werkelijkheid. Pasteus opgezette olieverfschilderijen in de geest van Van Gogh worden afgewisseld door subtiele aquarellen of met ‘fluwelen’ toets gepenseelde dromerige polderlandschappen in gemengde techniek. Naturalistische portretten in potlood hangen naast in sobere lijnen opgebouwde, stoere landschapschetsen in zwarte inkt of sepia. L’hoëst was een technisch zeer vaardige schilder, wat hij dankte aan de klassieke opleiding bij zijn academisch georiënteerde leermeester. L’hoëst kende daardoor haast geen enkele technische beperking. Hij was een alleskunner: in staat om nauwelijks van echt te onderscheiden studies naar oude meesters te schilderen; hij had tegelijkertijd het talent om zich als echt ‘schildersdier’ (in de trant van Karel Appel) op emotionele wijze in verf uit te drukken.

Toch wordt bij L’hoëst veel met elkaar verbonden; valt er een rode draad aan te wijzen in het oeuvre dat lijkt te zijn samengesteld uit tegengestelde en voor het oog ongelijksoortige vormen van schilderkunst. Telkens keert in L’hoësts werken de zon terug als motief. Dan wel concreet weergegeven als rode bal boven een uitgestrekt landschap, dan wel in meer abstracte vorm verbeeld in oranjerode vlekken als lichtreflecties op een wateroppervlak. De zon staat in het werk van L’hoëst voor passie en levenskracht. De zon als oer energie- en lichtbron, die de schilder in staat stelt te schilderen en hem in staat stelt zijn creativiteit tot ontplooiing te brengen.

Met L’hoësts fixatie op zon(licht) trad hij eveneens in de voetsporen van zijn grote voorbeeld Van Gogh. Net als Vincent werd Engelbert L’hoëst aangetrokken door het zuiden. In Zuid-Frankrijk, Spanje en Portugal werd zijn palet alsmaar kleurrijker: vuriger! Ook het mediterrane leven sprak de schilder aan, zozeer zelfs dat hij in Portugal een (tweede) huis kocht en er een tweede leven opbouwde.

Portugese maannachten en Hollandse hemelbeelden

In de jaren zeventig schilderde Engelbert L’hoëst veel in Carvoeiro in de Algarve. Overdag was het er vaak zo heet, dat zijn werkdag naar de avond en nacht verschoof. Bij volle maan stond L’hoëst ‘s nachts op om langs het strand te gaan wandelen. Hij nam de spectaculaire lichtreflecties van de maan op de aanrollende golven dan goed in zich op, om het beeld thuisgekomen te verwerken tot zijn fenomenale Portugese maannachten in tempera en acrylverf. L’hoëst experimenteerde in deze serie werken met alle mogelijkheden van kleur. Colorist L’hoëst gebruikte zelfs pure pigmenten om het fosforescerende effect van het maanlicht op de nachtelijke golven te kunnen verbeelden.

Kleur en lichtreflecties kenmerken ook L’hoësts Hollandse polderlandschappen. In de jaren tachtig en met namen de jaren negentig vervaardigde L’hoëst zijn zogenaamde ‘ Hollandse hemelbeelden’ . Hij werd aangetrokken door het rivierenlandschap en schilderde landschappen die net zo goed luchtschappen genoemd zouden kunnen worden. Soms gaat het landschap vloeiend in de lucht over en valt er nauwelijks een scheidslijn waar te nemen. De nachtelijke Portugese zeegezichten en de ‘waterige’ Hollandse polderlandschappen kenmerken de uitersten van het scherpe karakter van rasschilder Engelbert L’hoëst.

u Volgende keer: laatste deel uit de serie: museale erkenning; schenking aan Flehite.

advertentie
advertentie