,,Dit heeft zo moeten zijn”

Achtergrond

Bep Laseur (63) werkt als vrijwilliger bij dagactiviteitencentrum De Boeier. Daar geeft ze een mozaïekcursus, leidt ze een herstelwerkgroep en houdt ze samen met haar man maandelijks dialooggesprekken. Ze is er zelf ook begonnen als psychiatrisch patiënt. Nadat ze een aantal tegenslagen in haar leven overwonnen heeft, is ze in De Boeier, zoals ze zelf zegt, herboren.

Dienend

,,Als kind was ik heel bescheiden. We mochten nooit wat zeggen, onze stem telde niet. Mijn ouders werkten allebei heel hard, dus je moest jezelf vermaken. De kinderen hadden een dienende taak, je mocht weinig eisen voor jezelf. Ik wilde altijd verloskundige worden, maar in die tijd mocht je niet doorleren. Daarom ben ik kraamverpleegkundige geworden. Dat vond ik heel mooi werk, dat mensen je het vertrouwen geven. Terwijl je op een heel intiem moment, zowel lichamelijk als emotioneel, in hun leven komt. Ik heb dat werk gedaan tot we gingen trouwen. Nadat mijn zoon en dochter geboren waren, heb ik een opleiding gedaan als chiropodiste, een soort uitgebreide pedicure.Ik wilde graag met mensen werken.Mensen intrigeren me, vooral als ze eerst afwijzend tegenover je staan en daarna ontdooien en je vertrouwen geven.

Verlamd

In 1982 kreeg ik een herseninfarct, waardoor ik halfzijdig verlamd raakte. Een paar jaar later werd mijn man Peter tijdelijk blind,toen moest ik hem letterlijk de weg wijzen.En dat terwijl ik zelf nog in een rolstoel zat en we twee kleine kinderen hadden.

Parasiet

Zeven jaar geleden werd ik opeens heel erg ziek maar ze konden niets vinden, dus de internist vond het aanstelleritis. Uiteindelijk ging het zo slecht met mij dat mijn man me naar het tropencentrum heeft gebracht. Daar bleek dat ik een gevaarlijke parasiet had en kreeg ik medicijnen. Het heeft al met al anderhalf jaar geduurd. Door dat trauma heb ik zo’n klap gekregen, dat ik in een depressie terechtkwam. En dat vond ik eigenlijk nog het allerergste.

Depressief

Ik had nergens zin in, was lusteloos, zag overal tegenop, ik had geen interesse in de wereld, was angstig en had psychoses.Zo kende ik mezelf niet. Ik had wel het geluk dat ik bij een heel goede psychiater terechtkwam, die had al snel door dat ik een depressie had. Maar ik wilde niet opgenomen worden, ik wilde niet erkennen dat ik psychisch zo ziek was. Ik wilde niet uit mijn vertrouwde omgeving zonder mijn man, mijn veilige maatje.

Uiteindelijk heeft Peter haar in de auto gestopt, naar het ziekenhuis gebracht en gezegd: ‘ik neem haar niet meer mee naar huis’. Toen werd ze opgenomen op de psychiatrische afdeling (PAAZ) en kreeg ze antidepressiva. Daarvoor kon dat nog niet omdat haar darmen aan het herstellen waren. Ze is daar tien weken opgenomen geweest.

Wedergeboorte

Toen ik thuiskwam uit de PAAZ ben ik begonnen bij de Boeier als cliënt. Ik kwam daar binnen als een heel bange, schuchtere, onzekere, radeloze vrouw. Je ziet iedereen als vijand, want je kan niemand meer vertrouwen. Maar de mensen daar zagen al vrij snel dat er heel wat meer in mij zat, dus daar ben ik me verder gaan ontwikkelen.Ik heb onder andere de opleiding tot dagbestedingsassistent gedaan.

Uiteindelijk ben ik in de Boeier opnieuw geboren. Ik heb mijn herstelverhaal opgeschreven en voorgelezen, als verwerking voor mezelf, maar ook om andere mensen hoop te geven. Nu ben ik een zogenaamde kartrekker bij een herstelwerkgroep, waarin mensen zitten die opgenomen zijn of zijn geweest. We komen wekelijks bij elkaar en wisselen ervaringen uit. Het is heel mooi om te zien hoeveel vertrouwen er is gegroeid in die groep.

Mozaïek

Ik deed voor mijn depressie al mozaïekwerk en dat heb ik weer opgepakt in de Boeier. Dat loopt nu heel goed, ik begin nu met een tweede groep. Het feit dat je mensen kan motiveren om te gaan mozaïeken is al heel wat. Sommige mensen moeten eerst angsten overwinnen om iets vast te pakken, om in een groep te zijn, om contact te maken.

Jongdementie

Ik kan nu weer lopen en sinds vorig jaar april ook weer fietsen. Daar heb ik keihard aan gewerkt; elke dag revalidatie en thuis ook oefeningen gedaan. Maar vlak daarna kreeg ik te horen dat ik jongdementie heb. Het is niet zoals bij oudere dementerenden dat ik dingen vergeet. Maar als ik een gesprek heb, vergeet ik vaak halverwege wat ik gezegd heb. En ik kan niet goed tegen prikkels. Het verloopt heel anders, veel sneller. De oudste van onze drie kleinkinderen is 14. Die heeft het er best moeilijk mee. Ze vraagt wel eens: ‘Hoe is dat nou voor jou, Omie? Hoe gaat dat nou verder?’ Ik heb heel leuk contact met haar; ze vertelt me vaak geheimpjes, die houd ik dan voor mezelf want dat heeft ze me in vertrouwen verteld.

Genieten

Peter en ik proberen er positief mee om te gaan. We genieten nu veel intenser van alle dingen die we doen.We doen veel samen, dat geeft een veilig gevoel. Ik geloof dat dit zo heeft moeten zijn, dat er een leven hierna is en dat God mij gesteund heeft om dit te doorstaan. En we mogen hier in vrijheid leven en onze mening geven. Dan zijn we toch begenadigd dat we hier wonen? Dat vind ik van wel.”

advertentie