Afbeelding

Interview met Greet Haas-Bouma

Achtergrond

Dit woonwijkje, gebouwd rond de jaren dertig, net achter de Stadsring gelegen met zicht op ‘Het Bos’, gold vroeger als een moderne nieuwbouwwijk. De nog altijd zeer fitte ‘Kattekamper’ groeide op in dit indertijd nieuwe stukje Amersfoort. Hoe was dit voor een jong meisje als zij toen was?

AMERSFOORT - Ze is onbetwist de bewoner die het langst in het buurtje ‘De Kattekampen’ resideert: ruim tachtig jaar maar liefst. Greet Haas-Bouma werd geboren in de Reigerstraat op 11 november 1929 en is sinds 1971 woonachtig aan de Bisschopsweg. Met recht een rasechte Kattekamper.

door Herma Klein Kranenbarg

Greet Haas-Bouma vertelt: ,,In november 1928 kwamen mijn ouders hier in de Reigerstraat wonen. Mijn vader werkte bij de gemeente. Hij was betrokken bij de aanleg van straten, rioleringen en dergelijke en wist dus precies waar nieuwbouw was gepland. Dit vonden ze een aantrekkelijke plek, zo vlak bij de binnenstad en Het Bos, zoals Park Randenbroek toen door iedereen werd genoemd.”

Nieuwbouwwijk

Geboren in 1929, groeide Greet met haar zusje Tinie en haar ouders op in deze buurt. Zoals dat gaat als jong kind, verken je zo geleidelijk je weg. De straat, het pleintje, dat is als kind je wereld. Later kwam daar ook de nabije omgeving en de school aan de Grote Haag bij.

,,Vroeger konden mijn ouders bezoek dat vanuit de Bisschopsweg kwam, al van verre aan zien komen. Pas later kwamen ook hier huizen. Omliggend was het natuurlijk een en al weiland. Hier en daar waren boerderijen, de Willem III-kazerne was nabij, er stond een enkele fabriek, een bloemist naast wat kleinere huisjes. Onvergelijkbaar met hoe de stad er in latere jaren uit is gaan zien. Weilanden en boerderijen maakten plaats voor nieuwbouw, hoogbouw zelfs, en het stad breidde zich steeds verder uit.”

Balspelen en galla galla

,,Het was een buurtje met veel kinderen, zoals in huidige nieuwbouwwijken ook vaak het geval is. Het kindertal was wel groter soms, ik herinner me dat in de Pauwstraat een gezin woonde met wel vijftien of zestien kinderen. Dat kun je je tegenwoordig bijna niet meer voorstellen.”

,,We speelden veel op straat met elkaar en rond het pleintje. Hoepelen, touwtje springen, allerlei balspelen. Wat kinderen nu nog doen eigenlijk. Favoriet bij mij was een bepaald spel. Daarbij werd met krijt een aantal vakken en lijnen getrokken op straat. Je speelde het met een even aantal personen. Doel was om door een vak te komen. Anderen probeerden je dan tegen te houden of af te tikken. Als je erdoor kwam, riep je heel hard ‘galla!’ Dat weet ik nog zo goed. Eindeloos speelden we dit spel. Galla, galla! Geen idee wat dit woord betekende trouwens.”

Vanuit haar raam aan de voorzijde van het huis heeft mevrouw Haas-Bouma zicht op Park Randenbroek, door haar consequent ‘Het Bos’ genoemd.

Hout sprokkelen

,,Vroeger was dit privé-bezit. Majoor Vrijdag woonde hier met zijn gezin en ondersteunend personeel. Het was streng verboden om er te komen. Toch speelde ik er regelmatig. Ik was bevriend met Betsie Hooijer, wier vader voor de majoor werkte. Zodoende kwam ik hem dus wel eens tegen. Een man met een enorme snor, die dan aan mij vroeg: ‘Zo meisje, waar ga jij naar toe?’ Gelukkig mocht ik dan wel naar mijn vriendin. Later, tijdens de oorlog, kwamen we ook in het bos om hout te sprokkelen. Dat deden we stiekem natuurlijk, en dat vond de majoor verschrikkelijk. ‘Mijn bomen zijn mijn kinderen’, was een gevleugelde uitspraak van hem.”

Ongemerkt zijn we al pratend bij een ingrijpende periode beland voor een meisje van ongeveer dertien jaar: de Tweede Wereldoorlog. Ook in De Kattekampen waren de oorlogsjaren 1940 - 1945 voelbaar.

,,Er zaten mensen ondergedoken her en der; jongemannen die aan het werk moesten voor de Duitsers maar ook gevluchte mensen uit Kamp Amersfoort. Vlak bij de familie Bouma woonde een Duitse vrouw, mevrouw Van Gelder. Haar eigen man, die joods was, was overleden. Zelf hielp ze mensen een veilige plek te vinden. Ontsnapte gevangenen werden door een dokter opgelapt en in kleren van haar man gestoken. Met hulp van buren werden de mensen dan weer verder geholpen.”

Een bom in de Reigerstraat

Toen er op 6 februari 1945 een bom viel in de Reigerstraat, waren er drie doden te betreuren. Een en ander staat uitgebreid beschreven in de speciale uitgave ‘De Kattekampen: 60 jaar bevrijding en 60 jaar buurtvereniging’. Hierin opgenomen staan dagboekfragmenten van mevrouw Bouma uit de oorlogstijd.

,,Het staat in mijn geheugen gegrift, die dag dat het huizenblok in de Reigerstraat door de bom instortte. Drie doden. Alles was kapot. Je keek zo de huizen binnen. Op nummer vijf was een moeder die met haar pasgeboren tweeling in bed lag. Ze was met tweeling en al door het plafond naar beneden gezakt en hing min of meer tussen twee verdiepingen in. Ze mankeerden niets! Een wonder.”

,,Iedereen hielp mee om de puinhopen op te ruimen en buurtbewoners te helpen. Opeens zag je jongens op straat lopen die je anders nooit zag. Het risico was te groot dat ze werden opgepakt. Maar dat telde op dat moment niet.”

Samen in de buurt

,,De saamhorigheid was groot, ook bij de wederopbouw na de oorlog. Het planten van de boom op het pleintje en het oprichten van de buurtvereniging, waren hier ook uitingen van. We hebben samen veel beleefd, in goede en kwade tijden.”

Greet Bouma doorliep na de oorlog de mulo en werkte jarenlang voor een verzekeringskantoor in Amersfoort. Na haar huwelijk verhuisde ze naar de Bisschopsweg. Haar moeder is tot op zeer hoge leeftijd in het huis aan de Reigerstraat blijven wonen. Uiteindelijk overleed ze in het verzorgingshuis Nijenstede. Ze was toen op een maand na 96 jaar oud.

Reigers en roodborstjes

,,Als ik nu naar het bos kijk tegenover mijn huis, dan denk ik weleens terug aan hoe ik daar als meisje speelde. Veel is er veranderd, en sommige dingen zijn gebleven. De Reigerstraat is verruild voor de Bisschopsweg, maar het zicht op de Reigerkolonie is onverminderd mooi.”

,,In mijn achtertuin komt al heel lang een roodborstje. Soms verbeeld ik me dat het beestje steeds even bij me langskomt. Ik weet wel, het zal inmiddels wel een nazaat van dit vogeltje zijn, maar ik koester de gedachte dat sommige dingen blijven: reigers in het bos en een roodborstje in de achtertuin.”

advertentie