Afbeelding

In gesprek met echtpaar De Bruijn

Achtergrond

Slagersvrouw Ria de Bruijn staat achter de snijmachine. Vol toewijding snijdt ze de huisgemaakte worst in plakjes. Jarenlange ervaring uit zich in de snelheid waarmee een en ander geschiedt. Jongste zoon Patrick staat achter het hakblok. Achterin de winkel, in min of meer de culinaire werkplaats, staan zijn twee broers Fred en Jeroen naast hun vader. Druk in de weer met het snijden van vlees, variërend van sudderlapjes tot smakelijke karbonades en sappige biefstuk.

AMERSFOORT - Onlangs werd het boegbeeld van Keurslagerij Jan de Bruijn tachtig jaar. Glunderend achter zijn hakblok, voorziet hij met zichtbaar plezier zijn klanten van een lekker stukje vlees. Samen met zijn vrouw vertegenwoordigt hij een arbeidsethos zoals dat bijna niet meer voorkomt. Het werk als liefhebberij: Het bestaat nog aan het Neptunusplein 44 in Amersfoort.

door Herma Klein Kranenberg

Kontje worst

Vroeg uit de veren zoals altijd, wordt er eerst gewerkt en daarna pas ontbeten. Traditiegetrouw eet mevrouw De Bruijn een kapje brood met het laatste ‘kontje’ worst dat overblijft na het snijden, terwijl haar echtgenoot geniet van zijn kopje thee. Een prettig vertrouwd ochtendritueel. Het echtpaar De Bruijn is al tientallen jaren onafscheidelijk: zowel privé als zakelijk treffen ze elkaar de hele dag door.

Dubbel jubileum

Aanleiding voor onze ontmoeting is een dubbel jubileum. De tachtigste verjaardag van slager De Bruijn valt samen met het vijftigjarig jubileum van de Keurslagerij. Nog immer vief en fier, zijn de jaren noch hem, noch zijn vrouw aan te zien. En dat terwijl het leven van een slager niet per definitie op rolletjes gaat. ,,Fysiek is het zwaar. Ga maar na wat een gesjouw elke keer met een half varken of rund op je schouder. Koeling in, koeling uit, die variatie in temperatuur moet je wel kunnen hebben. Flink gespierd word je vanzelf, door het hakken en snijden van het vlees. Werken houdt mij goed in conditie”, zo glimlacht meneer De Bruijn.

Voor het gesprek dalen we de trap af naar de opvallend ruime kelder, die de totale ruimte beslaat van het bovengelegen winkelpand. ,,Indertijd mochten wij niet de hoogte in bouwen van de gemeente. De tuin hadden we al in gebruik genomen bij een eerder verbouwing. De enige optie was naar beneden. Dat hebben we in 1996 gedaan. Scheelt enorm bij de opslag van een en ander.” De slager ging dus ondergronds.

Gezeten in een knus kantoortje hebben we zicht op bekers en trofeeën in allerlei formaten, gewonnen bij diverse evenementen. ,,Niet alles past in de prijzenkast. Dan belanden ze soms hier op een plank in de kelder”, aldus Patrick.

Werk als hobby

Zij, kwiek en energiek, zou het liefst achter de toonbank blijven staan. Hij, bedachtzaam en bescheiden, maar minstens zo bedrijvig, vertelt enthousiast over zijn vak.

Hij is nog van de generatie voor wie werk alles vertegenwoordigt. ,,Mijn werk is mijn hobby. Daarom doe ik het nog zo graag.” Zijn vrouw vult aan: ,,Zolang ik hier in de winkel sta, geniet ik. Klanten die tevreden de deur uitgaan en wekelijks terugkomen, dat is het mooiste wat er is. Ze weten ons te vinden, of ze nu in Hoevelaken, Achterveld of op De Berg wonen. Prachtig toch? Inmiddels is het al zo dat mensen die vroeger aan de hand van hun ouders de slagerij binnenstapten, nu met hun eigen kindertjes hier onze vleeswaren kopen. Zo zie je de generaties gaan en komen.”

Omgekeerd geldt dit ook voor hun klantenschare. In de loop der jaren zagen zij niet alleen de slager zelf en zijn vrouw achter het hakblok en de toonbank, maar met regelmaat ook hun drie zonen ten tonele verschijnen. Alle drie toonden ze zich geïnteresseerd in het slagersvak. Ze haalden hun vakdiploma’s, liepen her en der stages en mogen zich net als hun vader Keurslager noemen.

Tijd voor vader en moeder De Bruijn om een stapje terug te doen. Niet langer iedere dag om half zes op, maar vooruit, een uurtje later kan best. Niet langer dagelijks - behalve zondag - de winkel open, maar, de tijden veranderen, op maandag tegenwoordig gesloten. De maandag werd een dag voor sport, ontspanning en verdieping op andere terreinen. Tegenwoordig willen mannen een Papadag. Patrick: ,,Ik heb een dochter van twee, ik wil haar graag zien opgroeien. Dat geldt ook voor mijn broers en hun gezinnen.”

Opa De Bruijn accepteert de heersende tijdgeest, zij het licht morrend; in zijn hart wil hij zes dagen zijn klanten van dienst kunnen zijn. Sportief als hij is, gunt hij zijn zonen dit privilege en bezoekt hij tegenwoordig zelf op maandagochtend de sportschool. Voor zover nodig: hij oogt bepaald niet als een broze tachtigjarige. Integendeel: fris en fruitig - die eigenschappen lijken bedacht voor dit verrassend fitte echtpaar.

Gouden koppel

Afkomstig van een boerderij, leerde meneer De Bruijn al vroeg aan te pakken. ,,Ik was als oudste zoon de aangewezen persoon om boer te worden. Toen ik als kind meemaakte dat de slachter op de boerderij kwam, was ik verkocht. Machtig mooi werk vond ik dat. Dat wilde ik ook.” Zo belandde hij op de slagersvakschool en leerde de fijne kneepjes van het vak.

Zijn vrouw, eveneens van boerenafkomst, was blij met het beroep van haar echtgenoot. ,,Mijn vader had zelf een slagerij willen hebben. Dat is niet gebeurd maar we hebben er allemaal een tik van meegekregen, zo lijkt het wel. Zelf ben ik met een slager getrouwd, en ook mijn zus trouwde met een slager.”

Samen bleken ze een gouden koppel. Na de nodige werkervaring op te hebben gedaan bij slagerijen in Amsterdam, deed zich de kans voor in Amersfoort te starten als zelfstandigen. Dat was in 1959.

Een gok was het, want hoe het uitpakt weet je nooit. Na een weifelende eerste week liep het al snel storm in de winkel. ,,Kwaliteit was ons keurmerk. Je merkt dat mensen op basis hiervan terugkomen. Soms, bij de opening van een nabijgelegen supermarkt, daalde het aantal klanten fors. Gelukkig was dit meestal maar tijdelijk. De meesten wisten ons weer snel te vinden. En als je eenmaal een band hebt opgebouwd met je klantenkring, dan loopt het goed.”

Gelukkige tijden waren het, waarbij niet alleen de slagerij uitbreidde, maar ook privé het gezin groeide. Mevrouw De Bruijn: ,,In die tijd woonden we nog boven de zaak. De kinderen zijn bij wijze van spreken onder de toonbank geboren. Zo lang mogelijk stond ik in de winkel klanten te helpen. Dat kon ik goed aan, fysiek gezien. Bij de jongste ging het zo razendsnel, dat de dokter maar ternauwernood op tijd was.” Ze lacht smakelijk bij de herinnering.

Inmiddels wonen ze naar volle tevredenheid in het nabijgelegen Hoogland. Voor de vakantieperiode beschikken ze zelfs over een huisje in Zwitserland. ,,Tien dagen achter elkaar daar zijn, dat is al heel wat hoor. Je wilt toch de zaak niet te lang onbeheerd laten. Als vakantieverblijf voor de familie is het ideaal. De kinderen komen er graag.”

Het liefst nemen ze hun eigen vlees mee. ,,In grote, diepgevroren pakketten in koelboxen. Prima systeem, we zijn nooit aangehouden door de douane.”

Patrick vult aan: ,,Daar werd extra op gelet dus pa pakte dat slim aan. Altijd alles uit het zicht houden en de ultieme truc toepassen: een wegenkaart van Italië opvallend bij het dashboard leggen. Zo hoopte hij dat de betreffende douanebeambte zou denken dat ze op doorreis waren.”

,,Tja, een beetje boerenslimheid heb je wel nodig natuurlijk”, reageert De Bruijn met een ondeugend lachje.

Diezelfde boerenslimheid maakte dat hij genoeg omzet draaide en een financieel gezond bedrijf kon overdragen aan zijn drie zonen.

Perspectieven

Wie weet gloort er in de toekomst wel perspectief voor de derde generatie De Bruijn.

Stommelend het trapje af, arriveert een jongeman, die zich keurig voorstelt en zich in een werkjas hijst. Een stagiaire? De jongste bediende? Bijna goed: een kleinzoon. Het is zijn tweede dag in de slagerij, onderdeel van de maatschappelijke stage op zijn middelbare school.

Op de vraag wat hij typerend vindt voor zijn opa en oma, klinkt zonder aarzelen: ,,Dat ze nog steeds aan het werk zijn.” Of hij later ook slager wordt? ,,Hmm… dat zullen we zien. Elke dag leer ik wat nieuws. Varkensbuik uitbenen, worsten stoppen, klanten helpen.”

Dat belooft wat voor de komende generaties De Bruijn.

De bel klingelt, klanten in de winkel. Tijd om in actie te komen. Mevrouw De Bruijn veert op. ,,Hé lekker, we kunnen weer aan de slag.”

advertentie
advertentie